is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stadhouder — was waarlijk geen behoefte. Tijd gewonnen zou onder deze omstandigheden, al licht alles gewonnen zijn, en was C romwell met eene op de toekomst werkende verzekering van Holland gepaaid, dan liet zich - mits er voor 't heden maar niets uitlekte — van die toekomst het beste hopen."

Het staat dus vast volgens van Vloten: de acte van Seclusie werd gevorderd door Cromwell; en de Witt, wilde hij een vernieuwing van den verderfelijken oorlog voorkomen, moest toestemmen in dien gebiedenden eisch. Hij voorzag echter de opspraak, waarin deze overeenkomst hem zou brengen, de belemmeringen die het werk des viedes zou ondergaan, zoo de door hem genomen maatregelen vóór den tijd openbaar werden gemaakt; van daalde geheimhouding waarmede de onderhandelingen zijn gevoerd.

Onder de buitenlandsche schrijvers die dit onderwerp hebben behandeld, staat James Geddes bovenaan. Deze paart aan een scherp oordeel, eene buitengewone kennis der bionnen. Zijn werk „History of the administration of John de Witt, Grand Pensionary of Holland" dat in 1879 uitkwam, draagt daarvan de overtuigendste bewijzen. Alleen zijne doorloopende bewondering voor Cromwell heeft iets stuitends voor ons; hij ziet in hem enkel den man, die Engelands macht en grootheid ') bevordert.

Zien wij nu vooreerst, hoe volgens Geddes de aanklacht luidt, die tegen de Witt ingebracht wordt: „Te midden van dien storm stond Hollands machtige minister, kalm, zichzelf bezittend, onbuigzaam, terwijl de vervloekingen der Oranje-partij van alle kanten tegen hem werden geslingerd.

1) \ :in daar ook, dat de Witt bij Cromwell achter moest staan: „De Witt stood altogether on a lower place than Cromwell. We regard him rather as a man of rare and singular talent, than as one of the ohosen great ones of the earth, which Cromwell was."