Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pensionaris van Holland aan haar hoofd had geplaatst. Daarom vooral had die partij behoefte aan vrede. Sypestein zegt terecht: „De zucht naar den vrede was de drijfveer van de Witt's handelingen en die zucht was zoo groot, dat hij het oifer, dat Ckomwell eischte, en waarin hij alleen uit nood toestemde, niet te groot heeft geacht, om daartoe te geraken."

Die woorden van den kundigen schrijver der Bijdragen schijnen mij even duidelijk als juist, de Witt verlangde den vrede, en heeft daarvoor een groot offer — de acte van Seclusie — gebracht. Dat verlangen was ook de drijfveer zijner handelingen gedurende het eerste jaar van zijn bewind. Onderzoeken wij nu, of hij dat offer mocht brengen, of zijne handelingen door die drijfveer te rechtvaardigen zijn. Dat onderzoek zal ons doen zien, of, en in hoeverre de Witt, als staatsman, onze bewondering, onze achting verdient.

In de vorige Studie bleek ons al, wat wij te denken hebben van het verwijt, tegen den raadpensionaris reeds ingebracht door zijne tijdgenooten, en ten laatste nog door Bilderdijk herhaald, als zou hij zelf de acte van Seclusie uitgelokt hebben. Cromwell eischte die, maar — zoo werd er verder beweerd — zij was hem ingegeven door de Witt, die sluw genoeg was om achter de schermen te blijven. Wij hebben het onhoudbare dier beschuldiging getoond. Zij wordt min of meer uitvoerig weerlegd door nagenoeg alle auteurs, die zich later met dit tijdvak onzer geschiedenis hebben bezig gehouden. Van Vloten, Sypestein, Geddes, zelfs Guizot noemen haar valsch. De acte van uitsluiting is uitgegaan van den protector; de Witt en zijne partij hebben daaraan geen schuld.

Maar is daarmede ook alles weerlegd wat men den raadpensionaris in geheel deze zaak ten laste kan leggen ? Is hij zijne bevoegdheid niet te buiten gegaan, toen hij in de Hollandsche Staten een geheim artikel doordreef, zonder met het verzet der minderheid rekening te houden ? Was

Sluiten