is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud en nieuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door die van f riesland. Zij immers hebben toen gekozen tot hun stadhouder en kapitein-generaal Willem Lodewijk. En wederom, na de aflijvigheid van den voornoemden, graaf Ernst Casimir (in 1620); en na hem, den oudsten zoon van graaf Ernst (Hendrik Casimir in 1632), en nu tegenwoordig (sedert 1640) diens tweeden zoon Willem I" rederik, zonder ooit weder de nakomelingen van Willem van Oranje hoogloffelijker memorie, uit dankbaarheid tot eenig ambt te verkiezen. Welnu, hebben de Staten van Holland zich hiertegen ooit geopposeerd, of dezelfde provincie hare groote ondankbaarheid verweten? Voorwaar neen, want zij wisten wel, dat iedere provincie in dien deele niet subject was om de andere provinciën daarin te hooren.

„Ik stel dus voor ontwijfelbaar zeker, dat het nooit bewezen kan worden, dat eenige vrije regeering haar macht van wapenen aan een persoon zijn leven lang heeft vertrouwd, ten ware dat zij van haar stadhouders overheerd ware, en van haar vrijheid beroofd; veel min dat die macht erfelijk zou wezen.

„Daar staat ook aan te merken dat de vaders of voorouders somtijds zijn dappere, kloeke en zeer bekwame mannen.... en ter contrarie de nakomelingen, noch in dapperheid noch in kloekheid hun voorouders voetstappen volgen, maar zich laten verleiden van eenigen hunner hovelingen en pluimstrijkers." Dat slaat klaarblijkelijk op den stadhouder Willem II: de gevangenis van Loevestein, de aanslag op Amsterdam waren nog niet vergeten.

Nu worden er voorbeelden bijgebracht waaruit blijkt, dat van den beginne af afzonderlijke provincies tractaten hebben gesloten met den hertog van Anjou. „Zoo ook hebben in 1585 de provincies van Brabant, Gelderland, ^ laanderen, Zeeland en Mechelen eene ambassade aan den koning van Frankrijk gezonden, om Z. Majesteit aan te bieden de souvereiniteit dezer landen, aan hunne gedeputeerden overgevende particuliere commissiën van veel