Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons verzekerd, behoorde niet tot de verbonden waarvan spraak is in het 10e artikel der Unie. Zeker, het daar gegeven verbod munt niet uit door duidelijkheid, maar de bedoeling schijnt toch klaar genoeg. Zoo het elke provincie, uit kracht van hare souvereiniteit vrij staat, eigenmachtig tegenover eene buitenlandsche mogendheid verplichtingen aan te gaan, waarvan voor den geheelen Staat vrede of oorlog afhangen moet, — waar blijft dan de Unie, waaide band die de zeven pijlen omsluit ?

Het eerste deel der deductie bevat verder de Narratio facti, een verbaal der vredesonderhandelingen. De Witt zelf beschouwde dit als het gewichtigste deel van zijnen arbeid. Den 8n Juli schreef hij aan de twee gezanten: „Ik hebbe mij wat beginnen te prepareeren, om op 't papier te brengen de deductie, en heb gisteren proviosionelijk gecoucheerd het principaalste van 't narré .... 't welk ik achte het essentieelste te wezen van 't geheele werk, en met meeste scrupulositeit of omzichtigheid te moeten worden getracteerd, ten reguarde hetzelve ontwijfelijk zeer zal worden gezift, en bij velen oneindelijk bij de haren getrokken, zoo daarin eenige stoffe om berispt te mogen woiden, zal zijn te vinden.... Hebbende ook wijders gedacht, dat het geheele narré zoodanig zoude behooren te worden aangeleid, dat de lezer eene impressie mocht krijgen, dat de principale instantie om van haar Ed. Groot Mog. [de Staten van Holland] te obtineeren de bekende acte, eerst kort vóór 't teekenen van 't tractaat gedaan zoude zijn, opdat men LLd. niet zoude beschuldigen de kennis van 't voorsz. werk ter kwader trouwe, van de regeering een geruimen tijd te hebben onthouden, met verdere illatiën die daarop worden gemaakt."

Lit de laatst onderschrapte woorden blijkt ons, dat de Witt zijn verhaal zoo ingericht heeft, dat de lezer „eene impressie krijge" die in strijd was met de feitelijke waarheid. Beverningk toch, het volstrekt vruchtelooze inziende van alle verdere pogingen om Cromwell af te

Sluiten