Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onroerend goed kreeg hij het vruchtgebruik, het beheer, en zelfs de beschikking mits niet bij testament. Thomas Bbktt in z'n Commentaries 011 the present laws of Kngland zegt op blz. 204 hoe men van dezen toestand terecht zeide: „Husband and wife are one and the husband is^thal one."

Deze toestand bestaat niet meer, daarom behoef ik niet anders te doen, dan hem even te vernielden.

23. Ik kan dus overgaan tot de Verwaltungsgenieinschaft, ol, zooals de motive bij het le ontwei-]) van 't Duitsche R W. h.iar dikwijls noemen: de Duitsche scheiding van goederen. Dit systeem is mij van alle stelsels het onsympathiekste, want het bevat in zich een inconsequentie; het is een halfheid, het gaat uil van een principe, dat het niet dóór durft voeren. Kn algeheele gemeenschap van goederen, én volkomen scheiding zijn afgeronde, geheele stelsels, elk met z'n eigen principes en z'n eigen consequenties: de Verwaltungsgenieinschaft is een tusschenvorm. In principe scheiding van goederen, wil het toch offeren aan _de innigheid van het huwelijk", en tenminste éénheid in beheer zien. „Heruht cs demnach auf der Sonderung der (iüter" zegt Hnde.mann1), »so gelangt die innere Verbindung des ehelichen Lebensdoch zum Ausdruck durch das Mittel der Verwaltungseinheit."

Man en vrouw houden elk hun eigen vermogen — maar het vermogen van de vrouw wordt door den man beheerd. De vrouw heeft dus geen deel aan de verdiensten van den man, geen kans op winst zells, want de inkomsten uil haar kapitaal konten ook aan den man. Daarvoor staat de wet haar dan loc ook in de verliezen niet te dragen, en zóó vindt de verwaltungsgenieinschaft haar uiting in den reeds ouden rechtsregel: Frauengut soll weder wachsen noch schwinden. Het kapitaal van de vrouw is tijdens haar huwelijk vóórhaar dus dood; de man krijgt het bezit, en na 't einde der gemeenschap heelt ze recht tot terugvordering van precies datgene wat ze algal — niets meer, niets minder.

Lehrbuch des bürgertiehen Rechts 1900. 2er band blz. 721.

Sluiten