is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het beste lijkt hot mij, het eenmaal aangenomen systeem van huwelijksgoederenrecht onaangetast te laten, maar de vrouw over haar verdiensten de volle beheers- en beschikkingsrechten te geven. Zijn man en vrouw in algeheele gemeenschap getrouwd, dan moeten haar verdiensten in de gemeenschap blijven vallen; daarop een uitzondering te maken zou onrechtvaardig tegenover den man, en onnoodig zijn. Maar zooals de man in den regel beheer en beschikking heeft over het vermogen van de gemeenschap, zoo moet de vrouw, als uitzondering, die hebben over haar eigen verdiensten. Zóó is ook de regeling in de meeste landen. En zóó zou ze m. i. moeten zijn in ons land, wanneer de wet alleen dit punt ging regelen vóórdat hij ons geheele huwelijksgoederenreeht ging herzien.

Het Duitsche 15. \V. kon volstaan met de eigen verdienste der vrouw voor Yorbehaltsgut te verklaren; daardoor krijgt ze zeil het beheer en de beschikking, en het is voor dat gedeelte van haar vermogen als-of ze met volkomen scheiding van goederen getrouwd was.

68. In economisch verband met het recht der vrouw om geld op de spaarbank te brengen, en met het recht op haar eigen verdienste, staat nog een derde recht, dat ik nog even noemen wil, en waarover men lezen kan in Frank: Les salaires de la familie ouvrière, bldz. 70 v. Ik bedoel het recht van de vrouw, om zich het loon van den man geheel of gedeeltelijk te doen uitbetalen. Ik heb niet kunnen vinden, dat een dergelijke bepaling reeds in eenig land in een algemeene wet bestaat; maar wél komt ze voor in verschillende voorstellen van wet, en vindt ze voorstanders onder de nieuwere schrijvers. Wél <ok in enkele speciale wetten bestaat ze: n.1. in Frankrijk, ten aanzien van officieren en minderen, in de wetten van 18111 en 1834; en in België in de pensioenwetten van 1838 en 1844. Een voorstel van Jalabert en Glasson, die dat voorstel deden uit naam van de I.igue fran^aise pour le rélèveinent de la moralité publique, had een bepaling, die aan de vrouw dat recht toekende wanneer ze door den man verlaten