Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

surrogatie doen gelden (c\ f. § 1370). Dit laatste is voor de vrouw zekerder: terwijl ze bij een persoonlijke actie met de andere crediteuren gelijk staat, is ze niet haar zakelijke actie boven dezen bevoorrecht. En wél heeft de vrouw daar eenig recht op. Want, waar zij bij de Verwaltungsgenieinschaft nooit in de winsten deelt, daar moet ze ook zoo weinig mogelijk risico loopen. Waar ze zich het geheele beheer ontnomen ziet, en zich alle inkomsten ziet onttrokken, daar heeft ze tenminste recht op zooveel mogelijk zekerheid, dat ze haar kapitaal onaangetast zal terug krijgen. Maar hiertegenover staan bezwaren. Door de zakelijke actie wordt de vrouw bevoorrecht boven de andere crediteuren, die daardoor schade kunnen lijden. Te meer, omdat het voor derden zeer moeielijk zal zijn om na te gaan of de man kocht van z'n eigen geld of van dat van z'n vrouw, zoodat de vermogens der echtgenooten op deze wijze nog meer in elkaar zullen vloeien.

119. De wet koos niet gedecideerd partij. De zakelijke surrogatie in 't algemeen erkennen deed ze niet, maar toch kwam ze aan de belangen der vrouw eenigszins tegemoet, en wel door de §§ 1381 en 1382.

Wanneer de man in ruil voor bestanddeelen uit het ingebrachte vermogen roerend goed verkrijgt, toonderpapier, blanco-geëndosseerd orderpapier, rechten op roerend goed, of andere rechten voor wier overdracht een overeenkomst voldoende is, dan gaat met de verkrijging de eigendom op de de vrouw over; tenzij de man niet voor bet ingebracht vermogen verkrijgen wilde. Een zeer beperkte surrogatie dus, beperkt én wat het verkregen voorwerp zelf betreft, én door de macht van den man om de surrogatie niet te doen intreden.

120. De laatste beperking is de gewichtigste, omdat daardoor de surrogatie van karakter verandert, niet meer is die zuivere surrogatie, zooals ze b.v. voorkomt in § 1378 j°. 1048. In § 1381 is ze geworden een wettelijk vermoeden, dat de man voor de vrouw wilde verkrijgen. Stel, de man kocht —

Sluiten