is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen dat niet: de vrouw heeft het recht van § 1389 2e 1. als eigenaar van haar ingebracht vermogen.

Wanneer het voor de vrouw noodig is van dit recht gebruik te maken, zal ze doorgaans ook opbelling tier Verwaltungsgemeinschaft kunnen vragen (c. f. §1418 2°). Daarom vond men in de 2e Commissie deze bepaling niet noodig, en moest ze door de beslissende stem van den Voorzitter worden aangenomen, omdat de stemmen staakten1). M. i- kan de bepaling slechts goeddoen. Neemt men eenmaal een ander systeem aan dar. de volkomen scheiding van goederen, dan kan men de vrouw naast het recht om opheffing van dat systeem Ie vragen, niet te veel andere waarborgen toekennen. Want ophef fing van het systeem waaronder man en vrouw eenmaal getrouwd zijn is altijd een diep-ingrijpend, en onaangenaam-werkend middel. Kan de wetgever een regeling geven, die dit uiterste vermijden kan, dan is dat altijd menschelijk.

Bovendien dekken de gevallen van § 1389 en § 1418 2« elkaar niet geheel; zoodat de vrouw verstandig doen zal, wanneer ze op grond van § 1418 2e een actie instelt tot opheffing tier Verwaltungsgemeinschaft, subsidiair te ageeren uit § 1389.

S 1390. Slacht der Mann zura Zwerkc der Verwaltung des eingebrachten Gntes Anl'wendungen, die er den Lmstanden nacli für erforderlieh halten dart', so kann er von der Frau Ersatz verlangen, sofern nicht die Aul'wendungen ilira selbst zur Last tallen.

139. De man behoeft ten aanzien van het vermogen der vrouw geen andere onkosten te maken dan de wet zelf hem oplegt. Doet hij dat tóch, dan kan hij van de vrouw vergoeding vragen. Zooals overal, waar iemand kosten besteedt ten behoeve van eens anders zaak, stond men hier voor de vraag: welke kosten moeten vergoed worden? En m. i. heelt de Duitsche wetgever hierop een mooi antwoord gegeven: nl. die, welke tle man op het oogenblik dat hij ze maakte, als door de omstandigheden geboden mocht rekenen. De beoordeeling hiervan staat geheel aan den rechter, die elk geval op zichzelf na moet gaan. üf de uitgaven hun vruchten gedragen hebben

') Protokolle IV bladz. 195 >.