Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aannemen, dat de man niet voor de vrouw verschijnen kan, als de vrouw gedaagd is. Derden kunnen óf dagen de vrouw, en den man om haar machtiging te verleenen, óf den man als vertegenwoordiger van de vrouw. Maar verschijnen kan slechts, wie gedaagd is: dat is een hoofdregel van het procesrecht.

Alleen in een proces tot echtscheiding, scheiding van taiel en bed, of scheiding van goederen, heeft de vrouw den bijstand van den man niet noodig (art. 166), en evenmin wanneer de vrouw in strafzaken vervolgd wordt.

Overigens geldt art. 160 2e 1. ten allen tijde, ook al zijn man en vrouw zonder eenige gemeenschap getrouwd en al heeft de vrouw zelf het beheer van haar eigen vermogen. Toch moet men niet vergeten, dat, al voert de man zeil krachtens art. 160 2e 1. het proces, hij dat doet als wettelijke vertegenwoordiger van de vrouw. l)e vrouw zeil blijft dan partij in het geding, alleen, vertegenwoordigd door den man. Terecht nam de rechtbank te Amsterdam (14 Februari 185)2 \V. 6198) dan ook aan, dat in een proces dat de man voor de vrouw voerde, aan de vrouw de beslissende eed kon worden opgedragen, omdat de man niet anders dan als de wettelijke gemachtigde van de vrouw te beschouwen was.

Toch kan deze bevoegdheid van den man om de vrouw in het proces te vertegenwoordigen, de vrouw zeer benadeelen; want juist omdat de man haar wettelijke vertegenwoordiger is, kan ze hem niet dwingen tot bepaalde handelingen, en hij kan het proces geheel buiten haar om voeren. Ons ontwerp van 86 kent hem die macht dan ook niet meer toe (art. 150); en ze brengt in deze materie nóg een groote — en door de consequentie geëischte — verbetering, door de vrouw toe te staan zonder toestemming van den man te procedeeren over een zaak waarover ze zonder die toestemming beschikken mag, of over een handeling, die ze zonder die bewilliging mag verrichten. Het ontwerp doet dus beschikkingsrecht met het recht om een proces te voeren, correspondeeren. Dit is ook rationeel.

Sluiten