Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 1420. Die Verwaltung und Nutznieszung endigt, wenn der Mann füi' Todt erklart wird, mit dera Zeitpunkte der als Zeitpunkt des Todes gilt.

223. De Verwaltungsgemeinschaft eindigt, als de man vermoedelijk overleden verklaard wordt.

Volgens § 18 heeft de verklaring van vermoedelijk overlijden de kracht van een wettelijk vermoeden. Alle rechten die door den dood ontstaan, kunnen worden uitgeoefend; tenzij de gerechtigde wist dat de vermoedelijk-overledenverklaarde persoon niet overleden was, want het vermoeden moet voor het bewijs van het tegendeel wijken. Zonder de bepaling van § 1420 zou de verklaring van vermoedelijk overlijden van den man de Verwaltungsgemeinschaft dus voorloopig doen eindigen, maar wanneer het bleek dat de man nog leefde, zou ze onmiddelijk haar volle werking herkrijgen. Dit zou aanleiding kunnen geven tot verwikkelingen, waarom de wetgever het beter oordeelde, de Verwaltungsgemeinschaft hier te doen eindigen *). Inbreuk op 't recht van den man maakt dit niet, want hij kan krachtens § 1425 herstel der Verwaltungsgemeinschaft vragen. En, daar hij z'n plichten uit de Verwaltungsgemeinschaft niet meer kan nakomen, is er minder bezwaar hem ook de rechten er van te ontnemen 2).

Wordt de vrouw vermoedelijk overleden verklaard, dan waren bizondere bepalingen niet noodig: het wettelijk vermoeden kan z'n gewone werking hebben.

Als oogenblik waarop in 't geval van § 1420 de Verwaltungsgemeinschaft wordt opgeheven, noemt de wet het tijdstip dat in het vonnis als dat van den vermoedelijken dood wordt aangewezen.

224. Welken invloed heeft in onze wet de verklaring van vermoedelijk overlijden van den man op de Verwaltungsgemeinschaft? Houdt men vast aan het begrip van vermoedelijk overlijden, dat een rechtsvermoeden geeft waartegen tegen-

1) Motive IV bid/. 293.

2) Motive t. a. p.

Sluiten