is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer die toevallige omstandigheden zich voordoen, die het einde der Verwaltungsgemeinschaft tengevolge kunnen hebben; maar aan een willekeurig ingrijpen van de betrokken personen behoeft hij zich niet te onderwerpen.

Huurder en pachter hebben volgens 't 3C 1. van § 105(5 het recht om van den eigenaar (hier dus de vrouw) te vorderen, dat ze zich binnen een bepaalden tijd over 't al-ofniet opzeggen verklaart: hij moet weten waaraan hij zich te houden heeft.

233. In onze wet ontbreekt een bepaling als die van ij 1423. Moet men nu aannemen, dat de huur- en pachtcontracten van rechtswege eindigen, omdat de man die contracten slechts sluiten kon voor den duur van zijn recht'? Of moet men aannemen dat de overeenkomsten hun volle werking blijven behouden, omdat de man niet op eigen naam ze gesloten heeft, maar als vertegenwoordiger van de vrouw, zoodat de vrouw er eenmaal geldig door verbonden is? Ik meen het laatste. De man heeft het recht de vrouw te vertegenwoordigen, haar te verbinden; niet dus, zooals de vruchtgebruiker, of de erfpachter sluit hij op eigen naam en krachtens eigen recht de contracten af, die dus ophouden te werken zoodra het recht van den vruchtgebruiker of van den erfpachter zelf ophoudt te bestaan. Het sluiten van contracten voor den gewonen, gebruikelijk tijd ligt in de macht die de man als beheerder van zijn vrouws vermogen heeft, en krachtens art. 1844 moet de vrouw die overeenkomsten dus gestand doen.

Mocht de man b.v. door het sluiten van te langdurige contracten de vrouw benadeelen, dan zal ze van hem schadevergoeding kunnen eischen omdat hij dan niet als een goed huisvader haar vermogen beheerd heeft ').

§ 1424. Der Mann ist aucli nacli der Beendigung der Yerwaltung und Nutznieszung zur t'ortführung der Yerwaltung berechtigt, bis er von der

J) De Code regelt deze gevallen uitdrukkelijk in de artn. 1429 en 1430 Hoewel bij de gemeenschap behandeld, gelden ze, als zooveel andere bepalingen, ook voor de „clause que les époux se marient sans coinmunauté."