is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoefde dit niet afzonderlijk te noemen, en bovendien is in dit geval de scheiding niet een wettelijk systeem;

2'. wanneer krachtens § 13G1 de Verwaltungsgemeinschaft niet intreedt;

3e. wanneer krachtens de §§ 1418—1420 de Verwaltungsgemeinschaft geëindigd is;

4l'. wanneer krachtens de §§ 1468 en 1469 de algeheele gemeenschap geëindigd is (§ 1470);

5". wanneer krachtens de §!$ 1542—1544 de Errungenschaftsgemeinschaft geëindigd is ($ 1545);

(K wanneer de Kahrniszgeineinschaft geëindigd is (§ 1549 j°. 1545);

7e. wanneer, na scheiding van tafel-en-bed, verzoening plaats heeft (§ 1587).

Zie hierover boven no. 287.

240. Onze algeheele scheiding van goederen treedt in: ten eerste krachtens huwelijksvoorwaarden, die dan echter niet alleen alle gemeenschap, waar ook de Verwaltungsgemeinschaft moeten uitsluiten: de algeheele scheiding moet dus uitdrukkelijk bedwongen zijn; len tweede als de bestaanhebbende-genieenschap en ten derde als de Verwaltungsgeineinschal't is opgeheven. (Art. 249).

$ 142". Der Mann hat den ehelichen Aufwand zu tragen.

Zur Bestreitung des ehelichen Aufwandes hat die Frau dem Manne einen an ge messen en Reit rag aus den Einkünften ilires Vermogens und dem Ertrag ihrer Arbeit oder eines von ihr selbstiindig betriebenen Erwerbsgeschafts zu leisten. Für die Vergangenheit kann der Mann die Leistung nur insoweit verlangen, als die Frau ungeachtet seiner Autlorderung mit der Leistung im Rüekstande geblieben ist. Der Anspruch des Mannes ist nicht übertragbar.

241. Over het le lid van § 1427, zie § 1389 lc 1. en het daarbij aangeteekende (110. 136).

242. Het onderwerp, dat § 1427 in z'11 tweede lid behandelt, is een der gewichtigste, dat zich bij de algeheele scheiding voordoet. Al zeide ik in mijn Inleiding (no. 27), dat bij de algeheele scheiding het huwelijk op het vermogensrecht der echtgenooten geen invloed heeft, en al sprak ik de wen-