is toegevoegd aan uw favorieten.

Het huwelijksgoederenrecht in het Duitsche Burgerlijk Wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelijkheid uit, dat de wetgever zich bij de regeling der verhouding tusschen de echtgenooten zooveel mogelijk onthouden zou, dan bedoelde ik hiermede niet, dat die onthouding absoluut zou zijn. Positief ingrijpen in alle verhoudingen moet de wetgever niet, maar hij moet bepalingen vaststellen, waar het ontbreken dier bepalingen tot misstanden aanleiding zou kunnen geven. Dit is het, wat m. i. de Engelsche wetgever te weinig doet. Hij hiel het bestaande huwelijksgoederenrecht op, maar gal slechts enkele bepalingen, om de leemten daardoor ontstaan, aan te vullen. >)

Allereerst nu moet geregeld worden de bijdrage, die de vrouw aan den man moet geven tergemoetkoming in de kosten van het huishouden. Het is, als regel, de man die het huisgezin onderhoudt, die de kosten er van betaalt. Heeft de vrouw vermogen, of verdient ze, dan is er geen reden waarom ook zij niet in die kosten zou bijdragen. Het huishouden is het gevolg van 't samenleven van man en vrouw; voor zoover dat kan, moeten de lasten er van door hen samen gedragen worden.

Hierover zijn allen wetgevingen het eens; maar alle verschillen ze in de beantwoording der vraag: hoeveel moet de vrouw bijdragen?

Natuurlijk kan dit in de huwelijksvoorwaarden bepaald worden; en dat zal doorgaans wel gebeuren, daar, waar de algeheele scheiding niet het wettelijk stelsel is. Want, maakt men eenmaal huwelijksvoorwaarden dan kan men ook dit onderwerp er gemakkelijk bij-regelen. Maar hoe moet de wetgever die uitkeering regelen, wanneer man en vrouw zelf er niets over bepaald hebben?

De Code in art. 1537, zegt dat de vrouw moet afstaan één derde van haar inkomsten. In alle cijfers is iets willekeurigs, en het is natuurlijk onmogelijk precies te zeggen waarom de

») De geheele tekst van de Married Woraen's Property Act van 1882 is te vinden in de dissertatie van Cosman (188i Amsterdam)

Zie verder hierover Stephen, Commentaries on the Laws of Engeland, •13e editie I.onden 1899, dl. II, blz. 250 v.