Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hel huishouden. Ze kent alleen een onderhoudsplicht van de vrouw jegens den man, wanneer hij armlastig wordt. ')

243. Het kan en het zal dikwijls — gebeuren, dat de man van z'n recht om aan de vrouw een uitkeering te vragen, geen gebruik maakt. Hij zal haar misschien jaren lang haar inkomsten laten behouden, tot hij opeens, wanneer b.v. de verhouding minder goed wordt, over al die verloopen jaren datgeene vorderen gaat, waarop hij recht gehad had. Hij zou dezen eisch b.v. kunnen instellen, tegelijk met een eisch tot scheiding van tafel en bed of tot echtscheiding. Voor de vrouw zou dit zeer bezwaarlijk kunnen zijn: want ze heeft haar inkomsten nu misschien voor andere doeleinden besteed of, om later iets te hebben, opgespaard; zoodat ze haar kapitaal zou moeten aantasten 0111 aan de vordering van den man te voldoen. En ook zou het onbillijk tegenover haar zijn: want zij moet die uitkeering geven 0111 den man bij te staan in de kosten van het huishouden; vraagt de man het geld niet op, dan bewijst het dat hij die kosten alléén dragen kon, en ook wilde.

Daarom zegt § 1427 dat de man geen bijdragen in de kosten voor afgeloopen tijden vragen kan, dan wanneer hij z'n vrouw tot betaling had aangemaand en zij in gebreke gebleven was. De wet neemt dus aan, dat de verplichting der vrouw eerst geboren wordt dóór de aanmaning, dóórdat de man te kennen geeft dat hij van z'n recht gebruik wenscht te maken. Deze bepaling, die een zeer mooie is, en de vrouw beschermt tegen plagerijen van den kant van den man, komt nóch voor in onze wet of ons ontwerp van 86, nóch in den Code of het avant-projet Laurent. Wél zullen misschien voor deze uitkeeringen korte verjaringstermijnen gelden — c.f. ons art. 2012 4C 1. 2)—maar deze bepalingen zullen de vrouw niet zoo goed helpen, als de Duitsche wet doet.

') . Mari-ied Women's Property act van 1882, Section 20. Cosman t. a. p. bldz. 38.

2) Men kan echter twijfelen of dit art. hier toepasselijk zijn zou.

Sluiten