Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook vinden we melding gemaakt van gevallen, dat de boer den aanleg eener wijngaard op zich neemt en vervolgens een deel van de opbrengst krijgt. 1)

Tegenover die vermindering van deelbouw in de streken, bij uitnemendheid aan de wijncultuur gewijd, staat, dat die rechtsvorm nog altijd gewoonte blijft bij den wijnbouw in het zuidoosten, 2) waar de cultuur veel minder intensief wordt gedreven, en in de oostelijke departementen. 3) Daar wordt ook nog vaak deelbouw toegepast bij de teelt van zijdewormen. 4) Eenzelfde tendens als voor den wijn bestaat t. a. van de olijven. De cultuur daarvan, alleen in het verste zuiden mogelijk, wordt eveneens het liefst en het meest in eigen exploitatie genomen; de berichten uit Bouches-du-Rhóne 5) en uit Dróme 6) stemmen daarin overeen.

Na dit alles behoeven we haast niet meer te vragen naar den aard der bedrijven, waarbij de deelbouw voor het heden in hoofdzaak zijn toepassing vindt. Het zijn de gemiddelde bedrijven op minder vruchtbare gronden, bedrijven tevens, waarvoor de veeteelt van overwegend belang is. Graan verbouwt de deelboer slechts zelden in grootere hoeveelheid dan noodig is om met zijn aandeel te kunnen voorzien in zijn eigen levensbehoeften. Hoofdzaak is voor hem de veestapel; uit de opbrengst daarvan vindt hij de middelen tot bestrijding van zijn verdere uitgaven; daardoor eveneens heeft hij kans om wat kapitaal bijeen te sparen. De veeteelt ook brengt hem het minst in de noodzakelijkheid om vreemde arbeiders te moeten huren; en juist voor dien tak van landbouwbedrijf

1) L. c. p. 100, 133, 141.

2) L. c. p. 152.

3) L. c. p. 162.

4) L. c. p. 150, 155.

5) L. c. p. 143.

6) L. c. p. 149, 152.

Sluiten