Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

KARAKTER EN ONTSTAAN VAN DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE. a □ o □ □

Geven sommigen der Duitsche geleerden de gekoesterde gedachte nog niet op, dat de ontwikkelingsreeks der naamlooze vennootschap reeds vóór de I7e eeuw haar beginpunt in Italië heeft gehad, zoo hebben we in onze Inleiding kunnen constateeren, dat deze hypothese door het onderzoek niet is bevestigd. Eenstemmig echter geeft men de verwantschap toe van de 17= eeuwsche handelscompagnieën met het later vervolmaakte rechtsinstituut. Wanneer nu evenmin geloochend wordt de invloed door onze Oost-Indische Compagnie geoefend op de, na haar komende, geoctrooieerde handels-vennootschappen van het vasteland, dan stijgt het belang van de vraag: of en met welk recht onze eerste groote compagnie als naamlooze vennootschap in kiem beschouwd kan worden. Blijken de kenmerken — óf alle, öf die wij vonden als centrale daar reeds aanwezig, dan zou een onderzoek naar de oorzaak van hun samentreffen aan het licht kunnen brengen een van beiden: óf dat deze eerste groote handelscompagnie in haar ontstaan volledig te verklaren is uit de destijds in ons land gemeene rechtsformaties óf dat dergelijke afleiding historisch niet te leveren is, in welk geval navolging van een vroeger dergelijk voorbeeld niet onwaarschijnlijk worden zou. Is de beantwoording van beide vragen van belang voor de kennis van de naamlooze-vennootschapsontwikkeling in ons land, voor een algemeene geschiedenis van den besproken vereenigingsvorm zijn, om de uiteenge-

Sluiten