Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»derddepart voor die vuytreedinge van den jaere sesthien hondert ende »vyve, een maendt naer dat sy daer van sullen by de Bewinthebbers ïwesen vermaent" (art. II.). Wanneer er meer kapitaal werd aangeboden, »dan die Navigatie wel soude vereyschen", zouden de inschrijvers van meer dan 30.000 gulden hun toeleg naar rato en proportie verminderd zien om voor anderen plaats te maken (art. -10).

Zooals men ziet werd het kapitaal niet te voren vastgesteld, maar het voorbehouden reductie-recht werd evenmin toegepast. Toen primo September de termijn van vijf maanden was verstreken, bedroeg de inschrijving in de verschillende Kamers te zamen 6.459.840 gulden 1), waarvan alleen voor Amsterdam 3.674.915- De eindtermijn van volstorting werd bij resol. der XVII 24 Februari 1603 uitgesteld tot 30 Sept. 1606. De som van 35.251 gld. 16 st. kwam niet binnen en werd afgeschreven, zoodat het gestorte kapitaal bedroeg 6.424.688 gld. 4 st., welke, vermeerderd met de 25000 gld. recognitie, volgens art. 44 van het octrooi door de Staten genoten als vrijen inleg, opleveren als kapitaal van de Oost-Indische Compagnie een bedrag van 6.449.688 gld. 4 st. 2). Dit kapitaal onderging slechts de volgende toevallige wijzigingen. Toen in 1664 een belasting werd geheven, door iedere Kamer te betalen aan de Provincie van haar residentie voor het in haar boeken voorkomende actiënbedrag, werd door de XVII besloten, daarop af te schrijven die actiën, waarvoor de eene Kamer bij de andere stond gecrediteerd 3). Het overblijvende bedrag van 6.440.203 gld. 6 st. 8 pen. werd in 1691 4) afgerond tot 6.440.200 gld., waarop het staan bleef. Deze administratieve procedures kan men niet het karakter van kapitaalwijzigingen toekennen ; integendeel vindt men, hoe het actiënkapitaal slechts een klein gedeelte uitmaakt van het bedrijfskapitaal, dat bijna geheel bestond uit op obligatie, of als anticipatie op verwachte retouren, opgenomen gelden 5). Sinds 1676 kwam de Compagnie boven-

1) Resol. der XVII 24 Febr. 1603. — 2) Deze opgave van KlfRK de Reus komt overeen met de aanteekeningen in het Amsterdamsche Inlegboek, te vinden n het Koloniaal Archief onder no. 3364. — 3) üeze handelwijze, welker noodzakelijkhe d een aardig licht werpt op de eigenaardige structuur der Compagnie, vordt vermeld in de resol. der XVII 16 Mei en 3 Nov. .673; 21 Sept. 1677 en Febr. 1678 op de beschrijvingsbrief. - 4) Resol. der XVII 21 Dec. 1691. - 5) Klfrk de Reus, t. a. p. blz. 184 vlg. ^

Sluiten