Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden dan juristen, de revolutionnairen van zich stietten alsonbeschaamden, die het waagden hun eigen heer-en-meesters tot verantwoording te roepen, en op wie de straf van dividend-inhouding behoorde toegepast. Eindelijk wordt door deze feitengroepeering duidelijk de niet persoonlijke, maar collectieve en beperkte aansprakelijkheid der vennooten in de O.-I. Cie, een bijzonderheid, waarop nergens bij haar ontstaansberaadslagingen gewezen wordt en die wij factisch toch steeds geëerbiedigd zagen. De commenda-participant is niet aansprakelijk, dan tot de door hem beloofde som en dan alleen aan zijn beheerder; de participant der voorcompagnieën niet dan aan den bewindhebber, waaronder hij ressorteert. Later wordt door gezamenlijke bewindhebbers deze actie gereserveerd en blijft de participant dan ook alleen aansprakelijk tegenover de Compagnie. Deze ontwikkeling blijkt een natuurlijke. We zullen zien, langs welke vreemde wegen LEHMANN, die den invloed der participatie onderschat, in zijn verklaring hetzelfde verschijnsel benaderen moet. Wij meenen zoo de juridische eigenaardigheden der O.-I. Cie. genetisch verklaard te hebben, door haar ontstaansgeschiedenis te karakteriseeren als: de oorspronkelijke belangengemeenschap van afzonderlijke participanten, later saamgebonden door den societairen band der reederij. Als vitium originis moest deze Cie. daardoor wel vertoonen: het ongelijke bloot-vermogensrechtelijk aandeel en het rechtens losbaar kapitaal. Eerst de naar haar idee opgezette latere vereenigingen hebben de ontwikkeling tot onze moderne naamlooze vennootschap voltooid, door deze beide onvolmaaktheden aan te zuiveren, en, los van de participatie-herinnering, het lidmaatschapsrecht uit te breiden tot aan de algemeene vergadering toe. De Oost-Indische Compagnie zelf is er maar al te wel in geslaagd, haar vennooten, zoo niet juridisch dan toch feitelijk, «stille Gesellschafter" te houden: de tot het einde door hen behouden naam participanten teekent dit wel symbolisch!

Beantwoorden we ten slotte de vraag, of LEHMANN, i) vóór tien jaren, wèl deed met als uitgangspunt van de naamlooze vennootschaps-ontwikkeling te stellen: de reederij.

i) Geschichtliche Entwicklung des Aktienrechts (1895).

Sluiten