Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minstens 60 oorlogsschepen voortdurend in zee te hebben, treedt zoo het publiekrechtelijk karakter zeker niet minder imposant naar voren dan in de Indische Compagnieën. Het is begrijpelijk, dat ook haar inwendige structuur geprojecteerd werd naar de bekende voorbeelden. «Alle ingesetenen deser Landen ende oock andere landen zouden bij openbare affixie van biljetten gewaarschuwd worden, dat ze gedurende drie maanden zouden worden »gheadmitteert" en dat ze hun inleg in twee termijnen zouden hebben op te brengen. Het eenmaal ingelegde geld zou gedurende den ganschen octrooi-duur in de Compagnie moeten blijven, [die van haar kant geen nieuwe participanten zou mogen aannemen. Het bestuur zou worden verdeeld over vijf Kamers: Amsterdam, Zeeland, de Maas, het Noorderkwartier en Vriesland met Stad en Lande. Iedere Kamer kreeg ter administratie een, te voren vastgesteld, gedeelte van het in te leggen kapitaal. De bewindhebbers der respectieve Kamers waren te kiezen door de Staten der Provincie of de stedelijke regeering uit een dubbeltal, opgemaakt door en uit de hoofdparticipanten. Bovendien zou iedere Provincie of stad, die een ton gouds inlegde, daarvoor een bewindhebber mogen aanwijzen. Hoofdparticipanten zouden zijn diegenen, die te Amsterdam 6000, in de andere Kamers 4000 gulden aandeel op eigen naam hadden staan. Bewindhebbers zouden een vast salaris genieten en naar rooster aftreden. De algemeene zaken wanneer men zou equipeeren, welk aandeel iedere Kamer daarin nemen zou, etc. zouden worden beslist door een generale vergadering van XIX, waartoe achttien bewindhebbers door de Kamers mochten worden gedeputeerd, terwijl de negentiende door de Staten-Generaal zou worden aangewezen. Omtrent den wisselenden zetel van dit college, de onderlinge verhouding der Kamers ten opzichte der retourvloten, etc. treft men bepalingen, die ook formeel volkomen lijken op de Indische octrooien. Het beroemde artikel »Dat men de persoonen ofte goederen der bewinthebberen niet »sal moghen arresteren, besetten ofte becommeren etc. , dat wij in de O.-I. Cie. vonden als monument voor de ontwikkeling der naamlooze vennootschap uit de participatie-reederij, ontbreekt hier evenmin op het appèl. Daarnaast treft men in dit project de eerste omschrijving van

Sluiten