Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een onverstand, door destijdsche schrijvers naar behooren gehekeld, en tegen 1720 door zwendelaars onbehoorlijk geëxploiteerd.

Men kan zeggen, dat deze actiënspeculatie-crisis onafgebroken tot 1720 heeft voortgeduurd. Te voorzien stond wel, dat deze wilde groei buiten de wet om, deze anarchistische naamlooze vennootschap, moest gaan leiden tot misbruiken, als waartegen de moderne wetgever dezen tegelijk heilzamen en gevaarlijken associatievorm nog steeds met nadere waarborgen zoekt te omringen. Maar de Engelsche crisis van 1/20 had nog een voornamer oorzaak in de financieele staatsoperaties. In 1711 maakte de Staat gebruik van de van hoog tot laag verbreide neiging tot stockjobbing, en richtte tot consolidatie van zijn vlottende schuld de beruchte aandeelen-maatschappij de Soutk-Sea Cy. op, die bedoelde schulden van 10 millioen £ st. tegen een bepaalde rente overnam, tot nadere belooning verschillende handelsprivilegiën ontving, en tot waarborg verschillende staatsinkomsten. Stock-jobbing, officieel te hulp geroepen, beschaamde de verwachting niet: de Zuidzee-Compagnie rees hoog in aanzien. In 1717 was niettegenstaande dit al de staatsschuld zóó gestegen, dat de koning wederom naar maatregelen uitzag. Onder den indruk van Law's succes in Frankrijk, bood de «Zuidzee" nu een plan tot verdere overname, dat na hevigen tegenstand in 1720 aangenomen werd. Dan krijgt men een »Mississippi"-geschiedenis; de «Zuidzee" zwendelt om kapitaal bijeen te krijgen, en belooft daartoe het onmogelijke — met het onvermijdelijk gevolg van een débacle.

Maar verscherpt werd dit alles door de met deze officieele speculatie gelijken tred houdende insoliditeit van de particuliere compagnieën. »It seemed as if the whole nation had turned stockjobbers" 1). Er ontstonden Bubbles, die hun doel eerst later bekend zouden maken en die toch een menigte geld bijeen konden brengen. Maar den volgenden dag hoorde men er niet meer van: hun ontwerper was wijselijk naar het vasteland vertrokken, misschien om daar de kas veiliger te bewaren. Anderson 2), die het een en ander als bediende der Zuidzee-Compagnie

1) Mackay t. a. p. blz. 50 vlg. — 2) T. a. p. II, 284, 288 vlg.

Sluiten