Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Act. 21. b. 13. Psa. 27. a. 1.

Fol. 16 v".

Dauid seer vroom van leuen Die wert geuanghen daer Hy was seer ionck van Jaer Hy heeft te Ghent ter stede Sijn ghelooue vroom beleden Yrymoedich openbaer.

Doen hy was in tormenten In quelling en verdriet Yan hare Sacramenten Vraechden sy hem tbediet Hy sprack: lek achtet niet lek houde my aen gheene Al sout ghy al met eene My dooden door v ghebiet ').

Een Pape al met verseeren 2) Sprack als een ypocrijt Ghy zijt verdwaelt so veere Dat ghy nv so subijt V ghelooue hier belijt Men sal v tlichaem crencken Wilt ghy v niet bedencken Eer den tijt ouerlijt3).

Dauid daer op antwoorde Met woordekens seer soet Na Christenen behoorte * lek ben bereyt met moet Te storten nv mijn bloet Ja hier ter seluer stede t God is mijn salichede Die my nv hier behoet.

De Paep met stoute reden Ten sal niet zijn so goet4) Dat ghy ter seluer steden Sult storten noch v bloet Sprack hy met wreeden moet Maer men sal v met schanden Aen eenen staeck verbranden Al op de Merct onsoet.

1) Gebod, bevel.

2) Kwetsen, bedroeven, kwellen.

3) Voorbijgaan.

4) Zoo goed, met onthoofding, zult gij er op die plaats (gerechtsplaats) niet afkomen : de smadelijke dood op den brandstapel wacht u.

Sluiten