Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Esa. 51. b. 7. Mt. 10. c. 28.

Die Gods woort belijden bloot Yeel hebben tHemels broot Betaelt met bloede root Die Phariseeusche Fielen l) Brenghense meest ter doot.

Een Broeder goet van natueren Heb ick na den gheest ghehadt Die moeste den doot besueren Te Vueren binnen der Stadt Gods woort beleedt hy plat Daer hy gheuangen sat Trijck Gods sal my ghebueren Want hy beloeft ons dat.

Hoe sy my trecken en teesen 2) En quellen met verdriet * En wilt daerom niet vreesen Die dat lichaem dooden siet Mijn siel, also God riet3)

Daer aen en hebben sy niet God sal zijn arme Weesen Troosten, wat haer gheschiet.

Sijn vrouwe die hy beminde Trooste hy met woorden soet Sy was beuaen met kinde Hy vreesde voor haer ontspoet4) En sprack: Mijn vleesch mijn bloet En acht niet watmen my doet En ghy Gods gheest versinde 5) Het waer met v al goet.

Aen al zijn Broeders te samen

diens sterfjaar — moet oudtijds een der meest geliefde liederen zijn geweest. Het komt reeds in de Veelderhande Liedekenu van 1556 en in bijna alle verdere verzamelingen voor. 't Is ook niet het minste uit onzen bundel. Volgens Wieder, bl. 108, heeft de dichter verschillende uitdrukkingen overgenomen uit het lied, door den martelaar zeiven in de gevangenis gedicht: «Afgoderije en bedrieghen , dat al in de Veelderhande Liedekens van 1559 (?) stond. Over eene dergelijke opneming van dezelfde coupletten of regels in meer dan één lied zie aanteekening 1 op fol. 15 vo. »In bitterheyt der sielen" zong men nog in de 18<le eeuw uit Stapel's Lusthof, die na 1700 ten minste driemaal herdrukt is.

1) Ons «fielt". 2) Hetzelfde als trekken.

3) Deze raad omvat het geheele verband : «wilt niet vreezen enz.'

4) Meestal: onspoed.

5) Waarschijnlijk is, 'tgeen althans in negatieve zinnen meer voorkomt, «indien" weggelaten en staat «verzinde" om 't rijm voor »verzindet". «Indien gij acht sloegt op, uwen zin zettet op Gods geest, ware alles met u goed."

Sluiten