Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een metten Vadere ghemeyn Met dat wtuercoren greyn ')

Ghelooft aen hem alleyn Als nv ter hueren.

Een Dochter ionck van Jaren hoort Heeft haer gheloof beleden Als 8y quam voor die heeren voort Wt liefden onghestoort Niet gesien op smenschen woort Maer totter doot ghestreden.

De Marckgraef biddende Janneken soet Heeft aldus aengheheuen Wilt afstaen al metter spoet lek sal v wesen goet Na mijnen wille doet Tleuen sal ick v gheuen.

Y leuen dat en begeer ick niet Dat ghy my nv wilt gheuen Y beloften die zijn als een riet Om te brenghen int verdriet Al die op menschen siet Sullen in boosheyt leuen.

Doen seyde my 7) een Preecker blent

Balten is zijnen name Dat God was int Sacrament Dat en heb ick niet bekent3)

Het is God geschent In uwen lichame.

Maer ick seyde hem: Leest wijsselijck

Het Vader ons geheeten Hy las dat hy is in Hemelrijck Wie sal wesen zijns gelijck Die ons niet en beswij ck 4)

naemt Janneken, die t Antwerpen opten Steen verdroncken is.

Fol. 25 V.

1 od fol 209 ro van het Offer des Heeren) veroordeeld en met dezen op den Steen l op ioi. n «Janneken van Houte,jonk-

verdronken jó>"i»7.Lt CL.rl.n Boock.t, l.n,.,ro„«o

rrS'n lT.»»,'en »««.«. Venneau, hnv.vro.we ... Ier»,».. Capellen" veroordeeld en evenals deze »al levende in eenen sack verdionken geweest" (t. a. p. VIII, bl. 434, 438). Wie van deze beiden in het Lietboecxken

bedoeld, laat zich niet meer uitmaken.

n Graan in den zin van : de kern, het uitgelezene, de keur.

2, Dit lied kan dus van Janneken zelve, maar ook haar in den mond gelegd iV .

3) N.l. »sprak Janneken".

4) Transitief: in den steek laten.

Sluiten