Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* Met Pilato haer handen dwaende ') Meynen haer onschuldich wasschen net Met sKeysers Placcaet haer ontslaende Maer blijuen bloetschuldich besmet.

Gods eewich lof te vermeeren Spraken van herten onbeureest Wy geloouen het woort des Heeren Een Yader, Soon, en heylige Geest

* üees drie zijn een God warachtich 2) t Yan hem comen alle gauen soet Sijne geboden eendrachtich

Beleden sy recht ende goet.

Sy gingen twee Maechden pijnen Luttel hadden de Tyrannen acht Dat wy alle in smerte verschijnen Door vrouwen voort worden gebracht Yan dees natuerlijck experiency Hebben sy geen redelijcheyt geleert Sy maken daer af cleyn mency 3) Dus zijn sy tyrannich verkeert.

Godt die wonderlijck en crachtich In zijn swacke leden openbaert Door zijn liefde sterckende machtich Heeft hy haren mont wel bewaert So dat sy in lijdens trueren Getroost waren vrijmoedich fijn 4- Met God sprongen ouer de mueren Niet vreesende eenich gepijn.

Inden Mey werden sy geuangen Vande Roouers in handen getrost4) Int lijden was haer verlangen Vanden vleesche te zijn verlost Om te strijden sonder verflouwen * Haren strijt tot een salich ent Om tgelooue te behouwen

Mat. 27. c. 24.

l.Joan. 5. a. 7. + Jac. l.b. 17.

Fol. 40 r°.

1'na. 18. c. 30. 2.Tim. 4. a. 7.

li wasscneuue. . . ,

2) Is deze belijdenis uitgelokt door eene vraag van den rechter juist naar de drieëenheid? eene vraag die verraden zou dat het unitarisme van sommigen onder hen niet onbekend was gebleven ? Maar t kan even goed zijn, dat deze zes vrouwen eenvoudig ongevraagd willen zeggen : «wij wijken niet af van het gewone christelijke geloof. 3) »Zij maken daarvan weinig gewag , n.1. bij zich

zeiven. Dus: zij hechten daaraan weinig.

4) D. i.: Gevangen in handen der roovers; getroost als zij in 't lijden waren,

was hun verlangen enz.

Sluiten