Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenen, dat men de getijden alleen in het Latijn zou mogen bidden. Personen van de snuggerheid van Chrysippus beweren, dat vrome lieden geen Ilebreeuwsche of Grieksche letteren moeten aanroeren '). Hebben sommige heiligen, Paulus en de evangelisten zich dan niet van het Hebreeuwsch en Grieksch bediend? Wordt niet hier en daar nog in het Grieksch of het Chaldeeuwsch de mis gecelebreerd met toestemming der Roomsche kerk ? 2) De engelen om Gods troon en ook de heiligen aldaar moeten stellig vele talen kennen, anders zouden zij onze gebeden niet kunnen verstaan; anders zou een Duitscher of Franschman niet kunnen bidden tot een heilige van een ander volk. Men wijst op het ontstaan der spraakverwarring te Babel als op eene straf. Maar God verandert soms zelfs eene straf in eene weldaad 3). Volgens Hand. II leerde de Heilige Geest de Apostelen vele talen spreken. Wat moesten zij in die talen uitdrukken? De Platonische, de Aristotelische, de Scotistische philosophie? De haarkloverijen der dialektiek? Neen, maar de dingen, waardoor de geheele wereld tot Christus gebracht is4). De tegenstanders vreezen voor hunne alleenheerschappij. Zij brengen de taalstudie bij de menigte en bij de vrouwkens in minachting. (Blijkens eene aanteekening op den rand wordt hier gezinspeeld op de preeken van een Dominikaner-monnik te Leipzig)5). Paulus dankte God, dat hij meer vreemde talen spreken kon dan iemand van de Korinthiërs. Moeten wij de voorkeur geven aan de sophistische kunstjes? Aan Scotus boven Paulus? Maar de taalstudie, eeuwenlang begraven, is thans niet zonder llooger Wil herlevende6). Men zegt: de kennis der talen is wel een goddelijk geschenk, maar zij moet door den Heiligen Geest worden ingegeven, niet door menschelijke vlijt verworven. Moeten wij dan den landbouwers aanraden niet te ploegen, maar als in de Homerische tijden de vruchtbaarheid van den grond slechts van God te wachten? God maken tot beschermer van onze traagheid?

1) Mosellanus, Oratio, B, fol. iijr.

2) Mosellanus, Oratio, B, fol. iijr.

3) Mosellanus, Oratio, B, fol. iijr en »,

4) Mosellanus, Oratio, B, fol. iiijr.

5) Mosellanus, Oratio, B, fol. iiij».

6) Mosellanus, Oratio, B, fol. iiy», vr.

Sluiten