Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teren en wordt als zoodanig toegelaten tot den senaat der universiteit '). Hij volgt lessen van Adriaan Florisz., den lateren paus Adriaan VI2), en wordt de leermeester van twee broeders uit het aanzienlijke geslacht De Croy, van wie de één, Karei, naderhand bisschop zal zijn van Doornik en de ander, Robert, bisschop van Kamerijk. Deze beide leerlingen betaalden voor hem de kosten, toen hij in het j. 1519, te gelijk met Rieuwerd Tappert, tot doctor in de godgeleerdheid werd bevorderd3). Tegelijk met Tappert, Joannes Briard, Joannes Driëdo van Turnhout, Martinus Dorpius en Godschalck Rosemondt behoorde hij tot de theologische faculteit, terwijl onder de ordes-geestelijken de doctoren Eustachius van Zichem en Vincent van Haarlem bij de Dominikaners, Nikolaas van Eginond bij de Karmelieten zeer op den voorgrond traden. In het j. 1535 verkreeg hij het gewone hoogleeraars-ambt, waaraan een kanonikaat van den eersten rang in de St.-Pieterskerk verbonden was. Reeds vroeger had zijn gewezen leerling, de bisschop van Kamerijk, hem een kanonikaat in de hoofdkerk van zijn bisdom geschonken4). Hij stierf in het j. 1544 5).

1) Valerius Andreas, 1.1., p. 104.

2) Jacobus Latomus, De ratione obligandi humanae legis, in zijne Opera, Louanij 1550, fol. 101».

3) Valerius Andreas, IJ., p. 104 seq.

4) fPaquótJ, Memoires pour servir a Vhistoire litteraire des Pays-Bas, Louvain 1768, in-8°, p. 44; A. Ie Glay, Recherches sur l'église métropolitaine de Cambrai, Par. 1825, in-4", p. 135.

5) Zie verder over hem behalve de reeds genoemde werken : Aubertus tóiraeus, Elogia belgica, Antv. 1609, in-4°, p. 27—29; Nicolaus Vernulaeus, Academia Lovaniensis, Lov. 1627, in-4°, p. 273; F. Sweertius, Athenae belgicae, Antv. 1628, in-fol., p. 365; G. Brandt, Historie der reformatie, Ainst. 1677, blz. 148; J. F. Foppens, Bibliotheca belgica, Brux. 1739, in-4°, T. I, p. 520 seq.; P. Divaens, Rerum lovaniensium libri IV, Lov. 1757, fol., p. 114; Dr. H. Laemmer, Die vortridentinisch-katholische Theologie des Reformations-Zeitalters, Berl. 1858, in-8°; S. 25; loannis Molani Ilistoriae Lovaniensium libri XIV, ed. P. F. X. de Ram, (in de Collection de chroniques beiges inédites), Brux. 1861, in-4°, P. I,p. 478,515 ; H. Q. Janssen, Jacobus Praepositus, Amst. 1862, in-8", (zie het register); Dr. K. Werner, Geschichte der apologetischen und polemischen Literatur, Schalïhausen 1865, in-8°, Bd. IV, S. 270—272 ; F. X. Linsenmann, Michael Baius und die Grundlegung des Jansenismus, Tüb. 1867, in-8°, S. 20 f.; E. Monseur, Inquisiteurs des Pays-Bas, in de Travaux du cours pratique de Paul Fredericq, Université de Liège, Gand 1884, 1'ascic. II, p. 104 s.; F. Nève, La renaissance des lettres en Belgique, Louv. 1890, in-8°, p. 85 s. Het portret van Latomus komt voor bij Philippus Gallens, Virorvm doctorvm effigies, Antuerp. 1572, in-8°, quat. c, fol. 2.

Sluiten