Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat gedurende vele maanden verscheidene personen hun beat hadden gedaan om het zoo gepolijst mogelijk te laten verschijnen >). De ongelijkheid van den stijl strekte, zoo dacht men, ten bewijze, dat hier niet het werk van één man geboden werd2). Erasmus heeft echter alleen Latomus voor den schrijver aangezien3). Te voren scheen deze der beweging voor het beoefenen der drie talen niet kwalijk gezind. Bezat Erasmus onder de professoren der theologische faculteit te Leuven in Martinus Dorpius een vriend en bondgenoot, weinig anders meende hij te mogen zien in Latomus, die niet ontbloot scheen van goeden smaak noch van liefde voor de fraaie letteren ')• Bovendien achtte hij Latomus' geleerdheid met te versmaden ®). Inderdaad is de stijl van den laatste, hoewel verre van Ciceroniaansch, minder barbaarsch dan die van vele zijner vakgenooten uit die dagen. In het j. 1518 had men Erasmus reeds verzekerd dat het gevoelen van Latomus omtrent de studie der drie talen zeer afweek van het zijne«). Door de verschijning van dit ceschrift werd de vriendschappelijke verhouding tusschen beide mannen voorgoed verbroken'). Erasmus heeft zich gedrongen gezien Latomus bijna op ééne lijn te stellen met Nikolaas van Eemond en anderen, die hem op den kansel en elders openlijk aanrandden«), zoodat het verblijf te Leuven hem weldra geheel

werd vergald.

In de opdracht aan Guillaume de Croy, den kardinaal-aartsbisschop van Toledo, verklaart de schrijver zich te verheugen over de herleving der letteren, maar te betreuren, dat sommigen in overdrijving vervallen en wegens den minder fraaien stijl de scholastieke godgeleerden in verachting brengen. De oude kerkvaders worden zoozeer aangeprezen, dat de studeerende jonge mgschap van Thomas, Bonaventura, Alexander en dergelijken wordt

1) Thomas Carinus in de Annotationes achter de in aant. 2 op de vorige bladzijde beschreven Parijsche uitgave, quat. D, fol tjr.

2) Thomas Carinus, Ibidem, D, fol. iijr.

FZ7mus RÓterod. Petra Barbirio, 13 Aug. 1521, in de EpistoU», col 655 c.

5) Erasmus Roterad. Thealogis Lovaniensibus, 1521, in de EptsU*

6) Guilidmo Croio Erasmus Roterod, Lov. 1518, in de Epistolae, col. 364 . Erasmus Rot. Petra Mosellano, Lov. 1519 in de J*.*««, co 40*,

Joanni Episcopo Roffensi Erasmus Bot., Antu. 2 Apr. 1519, .ld., col. 427 cd. 8) Erasmus Ra,. Natali Beddae, Basil. 1525, in de Eptstolae, col. 867 a, 868«.

Sluiten