Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hierachter volgt, spreekt Yan Zichem op dit punt duidelijker en beslister). Ten onrechte houdt Luther staande, dat hij in de scholastieken Christus verloren, maar hem in Paulus wedergevonden heeft, alsof hij alleen de wijsheid zou bezitten, hij alleen de Schrift zou verstaan en zich om het inzicht van anderen niet zou behoeven te bekommeren! ') Is — zoo wordt ironisch gevraagd — uwe theologie nieuw? Misschien uit den hemel gevallen? Eerst met de pas gevonden eilanden (d. i. met Amerika) ontdekt? Maar ik verwonder mij zeer, waarom zulk eene heilzame leer niet vroeger aan de wereld werd bekend gemaakt, waarom zij voor de heiligen verborgen bleef en u alleen werd medegedeeld?2) Doch Luther heeft niet anders dan de oude dwalingen verbreid van de Wiklefieten, de Hussieten, nu eens die van de Albigenzen, dan die der Begarden, ook die der Armen van Lyon, der Waldenzen, Katharen en Pepuzianen (d. w. z. der Montanisten), en zelfs die van de Manicheërs en Ebionieten 3). Wat daarentegen de schrijver zich ten doel stelt is aan te toonen, hoezeer de beweringen van Luther afwijken van „de katholieke leer"4). De macht des pausen om aflaten te verleenen wordt o. a. verdedigd op dezen grond, dat de kerk, die in niets gedwaald heeft, ook niet gedwaald kan hebben met in die macht te gelooven 5). In de leer der sacramenten en in de verwerping van een deel daarvan houdt Luther zich hardnekkig vast aan den Bijbel. Hij gelooft niet aan de werking des Heiligen Geestes noch aan de Apostolische overlevering, zich voortplantende in de kerk. Hij begrijpt niet, dat hier de dialektiek moet worden te hulp genomen fi), eene wetenschap trouwens, die hij niet kent en daarom veracht •). Uit diezelfde onkunde minacht hij alle menschelijke wetenschappen, de philosophie en de tlieo-

1) Eustachius de Zichenis, Ibidem, F, fol. i' en «; hierachter, blz. 257.

2) Eustachius de Zichenis, Ibidem, B, fol. iijr; hierachter, blz. 236.

3) Eustachius de Zichenis, Ibidem, B, fol. ijr en »; hierachter, blz. 235.

4) Eustachius de Zichenis, Ibidem, B, fol. ijv; vgl. B, fol. iijv, üijr; hierachter, blz. 235, 237 vlg.

5) Eustachius de Zichenis, Ibidem, F, fol. iiijr; hierachter, blz. 261.

6) Eustachius de Zichenis, Ibidem, C, fol. y'; hierachter, blz. 240 ; vgl. B, fol. if; hierachter, blz. 233.

7) Eustachius de Zichenis, Ibidem, C, fol. ijr; E, fol. ij»; hierachter, blz. 240, 253.

Sluiten