Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deling werd opgedragen aan eene uitgebreide commissie, welker meerderheid in Juli 1516 ten opzichte van den „Oogspiegel" gunstige verklaringen aflegde. De eindstemming en de openbaarmaking van de uitspraak werden echter uitgesteld; op bevel van den 1'aus werd de zaak voor onbepaalden tijd geschorst. Na een jaar keerde Van Hoogstraten onverrichterzake naar Keulen terug. Thans werd hij door Frans van Sickingen in het nauw gebracht, die hem wist te dwingen de onbetaald gebleven proceskosten te voldoen. Zelfs gelukte het aan Yan Sickingen de Dominikaner-orde te bewegen Van Hoogstraten te ontslaan als prior en als inquisiteur (Mei 1520). _ Waarschijnlijk door de wending, die de zaak van Luther nam, keerde echter te Rome de stemming. Bij uitspraak van 23 Juni 1520 verklaarde Leo X het vonnis van Spiers voor ongeldig, verbood den „Oogspiegel", en gelastte, dat Van Hoogstraten in zijne

ambten werd hersteld.

Luther en zijne medestanders zijn overtuigd geweest, dat vooral Van Hoogstraten '), in den herfst van het j. 1519 te Leuven verblijf houdende2), de theologische faculteit aldaar heeft bewogen om hem te veroordeelen (1519), hetwelk het voorspel was van de excommunicatie des Hervormers door den Paus (1520). Dat "N an Hoogstraten groot aandeel had in het totstandkomen der veroordeelende uitspraak van de Keulsche faculteit, behoeft geen betoog. Na het twistgesprek te Leipzig heeft Dr. Eek Van Hoogstraten aangespoord bij de theologische faculteit te Parijs te bewerken, dat zij Luthers beweringen zou brandmerken als kettersch 3). De uitspraak van Parijs liet geruimen tijd op zich wachten; zij werd eerst vastgesteld, toen Luther zich te Worms bevond; maar ook zij viel in het nadeel van den Hervormer uit4). Nadat door het

1) Acta Acadeiniae Lovaniensis contra Lutherum, in Tomvs secvndvs omnivm operum Lutheri, Witebergae 1546, fol. 35r en '; in de Opera latina varii argumenti cur. Dr. H. Schmidt, Francof. 1867, Vol. IV, p. 312, 313.

2) Erasmus Rot. loanni Episcopo Roffensi, Lovanio, 17 Oct. 1519, in de Epistolae, in Erasmus' Opera, T. III, col. 511.

3) Epistola Iohannis Eckii ad F. Iacobum Hoehstraten, in het eerste deel der Wittenbergsche editie van Luther's Opera, T. I, fol. cccxxxv* ; bij Schmidt, Vol. III, p. 478.

4) Determinatio theologicae facultatis parisiensis, super doctrina Lutherana, in ,1e Wittenbergsche Opera, T. II, fol. 194'—201»; bij Schmidt, Vol. VI, p. 34-57. Deze Determinatio is nog in het j. 1521 verschenen met een Appendix van Van Hoogstraten. Zie Dr. N. Paulus, Die dtuUehen Dominikaner yeyen Luther, S. 103.

Sluiten