Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was veroorzaakt geworden door de dertiende van de stellingen, welke Luther op zich genomen had te Leipzig tegen Dr. Eek te verdedigen. Zij betrof, zooals wij weten, het pausdom en was met eene uitvoerige toelichting te voren openbaar gemaakt. Weldra had nu het twistgesprek zelf plaats. Na afloop richtte Eek den 24ste" Juli 1519 een open brief aan zijn ordes-genoot Van Hoogstraten, meldende, dat hij er in geslaagd was het aanzien der Wittenberger theologen bij de menigte zeer te doen verminderen en hunne reputatie bij de geleerden geheel te vernietigen. In het voorbijgaan diende hij een slag toe aap de Humanisten (de „Grammatisten" of „Grammaticelli"), zeggende, dat zij het waren, die zulke dwalingen in de kerk invoerden. Het was jammer, verklaarde hij, dat de Paus tegen hun beider gemeenschappelijke vijanden niet krachtiger optrad ')• Spoedig werd deze brief opnieuw uitgegeven, inaar nu door de tegenstanders; hij was voorzien van spottende aanteekeningen en verscheen als aanhangsel bij eene quasi-wetenschappelijke verhandeling inet den titel: „De beste wijze om alle soorten van ketters naar de gebruiken van het Roomsche hof te onderzoeken en te veroordeelen" 2). Een der eerste regels voor den

tot annos in Dialectica se glorietur versatum. Quid mirum, si optimos articulos optiinorum virorum pro haereticis damrias, qui necdum nosti, quid sit contia Scripturas ac per hoe, nee quid sit damnandum, aut quid haereticum. Gaudeo plane me damnatum abs te tam tenebricoso cerebro. Et obsecro te, ne unquam dicas me Christianum et catholicurn hominem, ne ceteri credant te mentitum — Ilaec tibi, sanguinarie, veritatis inimice. Et si te furor tuus incesserit, ut quid contra me tentes, vide, ut cum iudicio et mora agas (praemonens dico), Deus scit, quid sim facturus, si vixero. Mea quidem fiducia est, ostendere omnibus palam, non fuisse haereticum in quadringentis annis pestilentiorem Iacobo Hostraten.

1) Epistola Iohannis Eccii ad F. Iacob. Hochstraten, in de Wittenbergsche uitgave van Luther's Opera, T. I, fol. cecxxxv; bij Dr. Schmidt, Opera latina, T. III, p. 476—479.

2) Ars et mojjdvs inqvirendi // et damnandi quoscunque haereticos se-l/eundum consuetutlinem Roma nae curiae, omnibus fidelibus // praesertim haereticae prauitatis inquisitoribus scitu düjgnissimus, a solenni quodam Magistro Nostro Fratre ordinis praedicatorum compositus. II - Epistola pridem // missa a famoso viro magistro loanne // Eskio Theologiae, et Iuris doj etore ad R. Patrem fratrem II Iacobum Hoochstraet // magistrum nostrum et haereticae prauitatis inquij;sitorem cum quotationibus in mar-Hgine etc. // Cum gratia et priuilegio. Elke aanwijzing van plaats of drukker ontbreekt. [Aan het einde de mystificatie . Impressum in inclita Parisiorum Lutecia. Anno M. D. XIX. Tertio Kalendas Ianuarias.1 Formaat in-4«. Letter: Romeinseh. Aantal bladen: 8. Aantal regels per

III. 25

Sluiten