Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier eene „Samenspraak", waarin de auteur van den „Oogspiegel krachtig verdedigd werd. liet aan beide partjjen opgelegde stilzwijgen werd dus van de zijde van Reuchlin s vrienden verbroken. De vervaardiger was de Italiaan George Benignus, aartsbisschop van Nazareth, een der leden van de commissie te Rome, aan welke de behandeling der zaak in hoogste instantie was toevertrouwd. I)e beweringen van Reuchlin, dat de Talmud even goed aan Christus getuigenis gaf als de Bijbel en dat Christus den zijnen het onderzoeken der Talmudische geschriften zou hebben aanbevolen, werden door hem in bescherming genomen. Maar bovendien gaf hij te verstaan, dat de Godheid van Christus in het Nieuwe Testament niet dan onduidelijk stond uitgedrukt, zoodat ten opzichte van dit punt de Joodsche toelichting van het Oude Verbond aan de studie van het Nieuwe moest te hulp komen. Yan Hoogstraten achtte zich gerechtigd en verplicht tegenover deze „Samenspraak" eene „Apologie" ') uit te geven, met eene opdracht aan paus Leo X en keizer Maximiliaan (Feb. 1518). In deze opdracht2) slaat hij een stouten toon aan. Hij herinnert de beide beheerschers der Christelijke wereld aan hun plicht om „het geloof" te verdedigen; laten zij dit in den steek, dan kunnen zij niet naar behooren regeeren. „Gedenkt," aldus durft hij schrijven, „dat gij niet tot vorsten over de gansche aarde zijt aangesteld om uwentwil, maar om 's Heeren wil; in Zijne hand te vallen is allervreselijkst; niemand zal Zijn oordeel ontvlieden, hetzij paus of keizer" 3). Deze opdracht

1) Ad sanctissimum // dominum nostrum Leonem papatn // decimum. Ac diuum Maxemilianum Imperatorem // semper augustum. Apologia Reuerendi patriu Iacobi hochstraten. Artium et sacre theolo-'giae professoris eximij. Hereticac prauitatis per Colo niensei» Moguntinensem Treuerensem prouincias Inquisito'ris oigilantüsimi. Contra dialogum Georgio Beni-lgno Archiepiscopo Nazareno. in causa Ioannis II Reuchlin aseriptum. pluribusque erroribus scatentem II et hic de verbo ad verbum fideliter impressum. In // qua quidem Apologia Inquisitor ipse. muit is occal sionibus iam demum coactus. tum catholicam veritatem / tum Theologorum honorem. per solidas scripturas // verissime tuetur. II Opus nouum. II Anno. M. CCCCC. XVIII. Coloniae foeliciter editum. — Letter : Gothiek (behalve het middenstuk van den titel). Formaat: in-4«. Geen pagineering. Signatuur: a ij— LI iij (voor Liber I) en A i-C iiij (voor Liber II). Aantal bladen : 74. Aantal regels per blz.: in de opdracht 43; verder 42. Een exemplaar is mij ter leen verstrekt uit de universiteits-bibliotheek te Gent.

2) Zij is herdrukt bij Boeking, Vlriehi Hvtteni opervm svpplementvm, T. I, p. 419—427.

3) Apologia, quat. A, fol. iv.

Sluiten