Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevat ook de bloeddorstige woorden, waarop ik boven (blz. 384) wees. Hij hield staande, dat hij zich nooit een vijand van de Talmudische geschriften had betoond, maar alleen was opgekomen tegen de kettersche argumenten, waarmede Reuchlin ze verdedigd had. Even beslist zou hjj zich verzetten tegen ieder die het bestond de werken van Augustinus in denzelfden ketterschen trant te verdedigen >). Verder richtte hij zich voornamelijk tegen de ketterij, dat de godheid van Christus in het Nieuwe Testament op onvoldoende wijze uitgedrukt zou staan. Ten aanzien van dit punt kon hij zich verzekerd houden van de instemming van ontelbaar velen, behoorende tot de meest uiteenloopende geestesrichtingen. Toch speelde hjj hoog spel. Want juist in dezen tijd kwam duidelijker dan ooit aan het licht, dat zoowel Leo X als iMaximiliaan I op de hand van zijnen tegenstander waren. Beiden hadden een beoefenaar der Tlcbreeuwsche en Talmudische studiën, Petrus Galatinus, oen Franciskaner te Rome, bewogen een geschrift op te stellen ter verdediging van Reuchlin. Hij deed dit in eene buitengewoon uitvoerige „Samenspraak", die in het j. 1516 gereed moet geweest zijn en in het j. 1518 werd openbaar gemaakt 2). Naar den vorm wordt zekere onpartijdigheid betracht3). Drie sprekers treden op: Reuchlin, Van Hoogstraten en de schrijver, die als scheidsrechter zal fungeeren. Maar de strekking wordt in de opdracht aan den Keizer aan den dag gebracht, daar de auteur plompweg verklapt, wie hem aan het werk hebben gezet en met welk doel *). - De heropening van den strijd bood Van Hoogstraten de gelegenheid Reuchlin aan te vallen wegens zijne verbreiding van de dwalingen der „Kabbalistiek". In zijn „De arte Cabalistica" 5) had de laatste zich inderdaad

1) Apologia, in de Opdracht, quat. A, fol. iiijr.

2) Het boek is met twee werken van Reuchlin herdrukt onder den titel: Petri Galatini Opus de Arcanis Catholicae Veritatis: Hoe est, In omnia difficUiom loca J eteris Testamenti, ex Talmud, alijsque Hebraicis libris, contra obstinatam luaaeorum perfidiam, absolutissimus Commentarius. Ad haec, Ioannis Beuchliri Phorcensts, LL. Doctori», de Arte Cabalistica, libri tres. Item, libri tres de r erbo mirifico, Basileae, Anno M. D. LXI, in fol., pag. 1-431.

3) Zie de Praefatio, quat. u, fol. 4', 5r.

4) Ad inuictissimum Maximilianum Caesarem, Petri Galatini Epistola, quat. fol. 3».

'') Imnnis Revchlin Phorcensis, Legum Doctoris, De arte Cabalistica, libri tres Leom X. dicati, herdrukt achter Petri Galatini Opus de Arcanis Catholicae eritatis, Bas. M. I). LXI, p. 432—551; nogmaals herdrukt in: Artis cabalisticae:

Sluiten