Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mend antwoord. Op last van Sonnius werd hij- op Pinksterdag van het genoemde jaar in vrijheid gesteld '). Binnen veertien dagen moest hij zich te Leuven bevinden. Door eene schriftelijke borgstelling van vierhonderd gulden moest zeker worden gemaakt, dat hij zijne verplichting zou nakomen. Zijn grootvader en een vriend, Evert Arentsz. te Stroe, namen deze borgstelling op zich, de eerste voor driehonderd, de tweede voor honderd gulden, hoe zwaar het hun ook later zou vallen haar te voldoen, toen dit inderdaad werd geëischt2). De bevrijde toch begaf zich wel op reis naar Leuven en nam ook de brieven mede die Sonnius hem te Arnhem mot voorkennis van het hof van Gelderland liet ter hand stellen3). Onderweg werd hem echter de begeerte om den inhoud te kennen te machtig en hij brak ze open. Hij zette de reis tot Leuven voort, doch daar hij de Roomsche leer niet met een oprecht hart kon aannemen en de vrees immer in de macht van Sonnius te blijven hem benauwde, nam hij de vlucht. Wij verliezen nu zijn spoor, totdat wij hem wedervinden te Straatsburg, waar hij 12 April 1554 de voorrede onderteekende voor „Der Leken Wechwyser", die toen gedrukt voor hem lag. Heeft hij zijn boek daar ook geschreven? Is het werkelijk daar gedrukt? Eenige twijfel wordt althans omtrent het eerste punt gewekt door de wijze, waarop hij spreekt over de moeilijkheden, die te overwinnen vielen, o. a. hierin bestaande, dat hij zijn heimelijk voornemen niet aan ieder durfde openbaren 4). Bunderius schijnt te verstaan te willen geven, dat Anastasius uit een schuilplaats op de Veluwe zijn geschrift de

t) Sonnius aan kanselier en raden van het hof van Gelderland, 12 Mei 1553, bij Moll, a. w., blz. 122 vlg.; Der Leken Wechwyser, Vorrede, fol. iij',

hierachter, blz. 126.

2) De stukken bij Moll, a. w., Bijlagen, blz. 126—129.

3) Sonnius aan kanselier en raden van het hof van Gelderland, 12 Mei 1553, bij Moll, blz. 122 vlg. De inhoud wordt hier als volgt omschreven: »een brielTaen den deken van St. Peters binnen Loeven, omme denselven heer Jan altijt in dooge te houden, nae begeerte van onse genedigste Vrouwe der Co. Ma', mitgaders oick eenen brief!' aen den pastoor van St. Jacops ende St. Quinteys kereke binnen Loeven, om heer Jan voersz. aldair te helpen tot een kerckelicke» dienst, dair hy sich selven mede soude mogen onderholden". Volgens Joann. Anastasius stond er echter ook in, dat zij Sonnius van alles op de hoogte moesten houden. Der Leken H'echwyser, Vorrede, 0-^ fol. iij1, hierachter, blz. 126.

4) Der Leken Wechwyser, Vorrede, fol. iij'; hierachter, blz. 126.

Sluiten