Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is deze „Viae commonstrator", volgens Nervius naamloos verschenen'), hetzelfde werk als „Der Leken Wechwyser"? Eén in het Latijn vertaald fragment van het bestreden geschrift gaat voorop. Hierin wordt Cassander hevig aangevallen als iemand die tegen beter weten in heult met de paus-gezinden en uit menschenvrees weigert zijn gevoelen omtrent het Avondmaal, met dat van Zwingli overeenstemmende, uit te spreken2). Een stuk als dit komt in de mij bekende uitgaven van „Der Leken Wechwyser" niet voor. Het heeft den vorm van eene samenspraak tusschen Trenaeus en Theophilus; ook in dit opzicht wijkt het af van de bekende uitgaven. Dat Joannes Anastasius zijn gevoelen omtrent Cassander zeer zou hebben gewijzigd, behoeft geen verwondering te wekken; Cassander toch was inderdaad van houding allengs veranderd. Misschien moeten wij aannemen, dat „Der Leken Wechwyser" onder de hand van den auteur te Bacharach eene belangrijke omwerking heeft ondergaan en dat eene (Duitsche?) uitgave heeft bestaan, welke hier te lande immer onbekend gebleven is 3).

Moll en anderen hebben gemeend, dat Joannes Anastasius in het j. 1566, het jaar van Hagepreek en Beeldenstorm, naar het vaderland zou zijn teruggekeerd, gedurende eenige weken het predikambt te Harderwijk zou hebben waargenomen en daarna in Januari 1567 opnieuw de wijk zou hebben genomen4). De man,

manni. 1564. Cum priuilegio Caesareae Maiest. in decennium. — Formaat : in-4". Letter: Romeinsch. Tusschen beide geschriften in staat Cassander's De officio pii ac pvblicae tranqvillitatis verè amantis uiri, in hoe Religionis dissidio. Ieder der drie geschriften heeft eigen titelblad en signatuur. Dat van Nervius heeft geen pagineering. Zijne signatuur is : A '2 — C 3. Aantal bedrukte bladen met den titel: 11. Aantal regels per bladzijde: 30. Een exemplaar dezer zeldzame uitgave is mij telleen verstekt uit de K. Hof- und Staatsbibliothek te Munchen. Het geschrift van Nervius is (zonder dagteekening) herdrukt in (ieorgii Cassnndri Opera omniet, Par. 1616, in-fol„ p. 8X0—891.

1) Bartholemaeus Nervius, Responsio, quat. A, fol. 3': Prodijt hisce diebus Libellus Germanicè scriptus, in quo scriptoris nomen tacetur. Titulus autem additur Viae commonstrator, quo in scripto inter eos quos fugiendos auctor censet, Georgius Cassander ... perstringitur, etc.

2) Pars dialogi qvinti, ex viae commonstratore gernianico, cvi hoe libello respondetvr, latine reddita, in de oorspronkelijke uitgave van het werk van Nervius, quat. A, fol. '2f en »; in de Opera omnia van Cassander, p. 881.

3) Mijne pogingen om hieromtrent iets naders te vernemen, waren vergeefsch. O.a. was eene navraag bij de Koninklijke Bibliotheek te Berlijn vruchteloos.

4) Moll, a. w., blz. 69; Dr. Ris Lambers, a. w., blz. 163.

Sluiten