Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogste verderfelijk acht '), dat hij des menschen rede ?) door de zonde niet volstrekt verduisterd, den vrijen wil niet geheel opgeheven verklaart, maar dat naar zijne meening ook de onwedergeborene heeft behouden wat hij met een meermalen herhaalden kunstterm „den kleinen vrijen wil" noemt3); dat volgens hem niet uitsluitend de uitverkorenen tot de kerk behooren 4) en dat hij geen vleeschelijke tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal aanneemt5). Hij beschrijft het Avondmaal als een teeken hiervan dat Christus ous de zaligheid met zijn bloed verworven heeft, en als eene vermaning, dat wij hiervoor dankbaar behooren te zijn ; een zegel, waardoor ons vergeving van zonden en eeuwig leven verzekerd worden; eene inwoning van Christus, waardoor wij levendig worden in alle deugden en aangespoord tot broederlijke eendracht als leden van één lichaamfi). Ook stond hij eene andere dan de Luthersche wijze van avondmaalvieren voor7). Ofschoon hij Melanchthon prijst 9) en van meening is, dat deze ten aanzien van den wil het rechte getroffen heeftH), blijkt uit zijn partijkiezen in den Adiaphoristischen strijd en uit zijne scherpe afkeuring van het aannemen van het Interim l0) genoegzaam, dat hij evenmin mag gerekend worden tot dat deel der Lutheranen, hetwelk met Melanchthon medeging ")•

1) Der Leken Wechwyser, fol. 10»; xix ; xx—xxij ; xxxixf ; cvij»; cxi»; cxc»; cxcir; hierachter, blz. 150, 152 vlg., 153—155, 171, 235, 239, 317.

2) Aldaar, fol. 14, 15; cxxix*; hierachter, blz. 147 vlg., 257. Vergel. over Schrift en rede: fol. xxr; cxxx; ccxviij'; hierachter, blz. 153 , 257, 343.

3) Aid., fol. 18"-; xixv; xxir; xxiijr; xxvijr; cvij*; cxi*; CLxxxvir; cxcir; hierachter, blz. 151, 153 vlg., 156, 159 vlg., 235, 239, 312, 317.

4) Aid., fol. CLXXxiiijr; hierachter, blz. 310.

5) Aid., fol. i.xxvij ; hierachter, blz. 206.

6) Aid., fol. i.xxiiijr—ï.xxw; hierachter, blz. 203—905.

i) NI. zittende aan eene tafel, niet bij een altaar: Aid., fol. i.xxvi; Lxxxviijv; xci'; hierachter, blz. 205, 217, 220.

8) Aid., fol. Lix'; cxxxir; cxl'; cxviijr; ccv ; hierachter, blz. 190, 258, 267, 285, 331. Belangrijke uitlatingen over Melanchthon komen voor in zijne volgende geschriften ; zie beneden.

9) Aid., fol. xxi»; cxijr; hierachter, blz. 154, 239.

10) Aid., fol. clxxv ; ccvijr; ccxiiijr; hierachter, blz. 301, 332, 339.

11) Behalve de namen van Luther en Melanchthon ontmoet men die van: Tauler (fol. cxl', blz. 267); Hus(Lxxixf, cxi.r, clxxxv», blz. 208, 267, 311), Bucer (cxi-0; Brentz (cxviijr, cxLr, blz. 267, 245); Calvijn (Lix', cxxxir, cxu, ccxLr, blz. 190, 258, 267, 364); A. Lasco (8r, blz. 142); Bullinger (xcij'\ cxLr, ccxxxvijr,

Sluiten