Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOREEDE.

daarvoor in aanmerking komen, nu in dit boekdeel bijeen te brengen. Immers de omvang, die voor ieder deel is vastgesteld, was met het reeds opgenomene en hetgeen zich daaraan aansloot al overschreden. Zoo ben ik wel gedwongen geweest er in te berusten, dat twee kategoriën van die geschriften, en waarlijk niet de minst belangrijke, hier niet vertegenwoordigd zijn. '< Zijn die, welke door de munstersche Wederdoopers zijn uitgegeven, en die van David Joris en zijne aanhangers. En nu konden de eerste, de munstersche traktaten, blijven rusten. Die zijn alle in de laatste jaren opnieuw uitgegeven. Maar wel betreur ik het, — want zonder althans enkele davidjoriste werkjes is een bundel Anabaptistica, voor deze Bibliotheca bestemd, niet volledig — dat ik de geschriften van deze kategorie, die ik hier had willen opnemen, moest laten liggen. Doch dat kon nu eenmaal niet anders. Naar ik hoop, zal er later plaats voor zijn in het zevende deel, 'twelk anders geschiedkundige werken zal bevatten.

De bewerking van dit deel is nu en dan afgebroken moeten worden. Tengevolge daarvan is in een paar kleinigheden eene onopzettelijke ongelijkheid in den druk geslopen. Zoo vindt men in den „SloteV' „quat. A, iij'" gedrukt; in de „Ordinantie Gods" en „ Van den vriën wille" soms „Quat. A,iijr°"; van bl. 199 af tot aan het einde doorloopend „quat. A iij rOok is het mede aan die herhaalde afbreking te wijten, dat een lijstje van aanvullingen en verbeteringen noodig is geworden. Ik mag op deze zeker de aandacht van den lezer wel vestigen.

In dezen herdruk zijn behalve enkele kennelijke drukfouten ook sommige van de achteloosheden in de interpunctie, die in het origineel veelvuldig voorkomen, verbeterd. Dat bij zulk verbeteren groote behoedzaamheid plicht is, spreekt van zelf. Als wij de bedoeling van een volzin verkeerd verstaan en dan in overeenstemming daarmee ook maar ééne kleine wijziging in de interpunctie aanbrengen, kan hel gebeuren, dat wij daardoor den lezer op een dwaalspoor leiden. Ook dit komt wel voor, dat wij b. v. komma's doelloos of zelfs zinstorend vinden en dus in de verzoeking komen van ze te schrappen; terwijl zij bij nader toezien door den schrijver als aanhalingsteekens zijn bedoeld. Eindelijk kan het onveranderd afdrukken van het origineel, óók in zijne spel- en drukfouten, van waarde zijn voor de vergelijking met andere uitgaven, die, '< blijft immers altijd mogelijk, nog mochten worden gevonden. Ik ben dan ook telkens uiterst angstvallig geweest in het veranderen van eene letter of van een leesteeken; en veroorloofde mij alleen daar zoo te doen, waar over de juistheid ervan geen verschil van gevoelen denkbaar is en door zulk eene wijziging een misstand weggenomen of de lektuur van volkomen noodelooze lastigheid bevrijd werd; daarbij dan nog zóó, dat ik de lezing van het origineel aan den voet der bladzijde opgaf. Alleen in volslagen onbeteekenende gevallen liet ik dit laatste na: zoo zijn, waar, natuurlijk zonder eenige

Sluiten