Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf deel heeft, moet denken. Te minder, als hij zich herinnert, hoe van hen, die „des lichaams van Christus deilhaftich syn", in een verband, waarin van eene gemeente geen sprake kan wezen, staat dat „sy einen Tempel Gods worden" 4). Intusschen, de uitspraak : „denwelcken die doot desz sundigen lichaams niet isz bekent, ... daar isz oock dat waarhaftige lichaam desz vleischs unde bloeds Christi unbekent, unde sijn buyten den lichaam Christi"2) wil zeer zeker zeggen, niet dat zij aan eene „gemeente", maur dat zij aan het hemelsche lijf van Christus geen deel hebben.

Na de tegenstelling tusschen het heilig lichaam van Christus en ons onwaardig zondige lichaam te hebben behandeld, van welke beide nu het eerste door ons moet worden ontvangen en in ons moet heerschen en dat zondige lichaam te niet doen, zet de schrijver in een volgend deel3) uiteen, hoe de mensch om tot God te komen moet „gelouen ju die unsichtbare unde unhoorende" (onhoorbare) „stemme Gods ': in „die woirden desz leuens, die der Sone God» heift gesproken, die van der eiwicheit waren, eer dat die weirlt wasz enz. 4). Zelfs „jn Christo is niet die gehoorde stemme", zijn niet zijne „mondelicke redenen" „Gods woirt" 5). Gods woord of het woord des geloofs „isz van gein oore gehoort noch in geins minschen herte gekommen" R). Ook Christus „konst mit geine tydelicke oore verstanden werden; ja isz van den geleersten der heiliger Schrift gedodet" 7). Ook de apostelen hebben het woord Gods niet op die wijze vernomen: van den hemel was hun „dat unuerganckelicke geopenbaert uude gegeuen"8). Ook „geine Apostolissche reden (n.1. over dat onverganckelicke, dat hun zeiven van den hemel geopenbaard was) kou... mit den ooren gehoirt noch verstanden werden" 9). Eveneens had „Joannes der Doper die predicatie desz Doops van geine hoorende stemme untfangen"; evenmin ontving Maria menschenprediking, „maer die upperste kracht van

1) Rechte Bedijnckung, quat. G, viij».

2) Aldaar, quat. H, vijf.

3) Aldaar, quat. J, v vgg.

4) Aldaar, quat. J, v.

5) Aldaar, quat. K, iig».

6) Aldaar, quat. J, vij».

7) Aldaar, quat. K, iiijr.

8) Aldaar, quat. J, vijr.

9) Aldaar, t. a. p.

Sluiten