Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons boekje, dat de auteur(s) onder den invloed der 15de eeuwsche devoten en hunner stichtelijke lektuur staat (staan). Ik zeg dit, omdat men zoo dikwijls de bewering ontmoet, dat het opkomen van het Anabaptisme mede uit nawerking van die devoten en zelfs van de vroegere mystieken moet worden verklaard. Die verklaring ligt ook min of meer voor de hand: alleen zou ik toch graag eens een enkel bewijs van hare juistheid vernemen, een enkel klaarblijkelijk spoor van dien samenhang, b. v. den naam van een „devoot" auteur of geschrift, dat dan door een der vroegste Anabaptisten wordt aangehaald ').

Veel meer intusschen dan al de genoemden komt, wanneer wij naar iemand zoeken als wiens geestverwant Rol en vooral de schrijver van de „Rechte bedijnckung" zich moet hebben beschouwd, Schwenckfeld in aanmerking. Diens vergeestelijkt gemeente- en sakramentsbegrip, zijne liefde voor eene gemeente van louter geloovigen, ook voor konventikels, was niet minder eigen aan Rol. Ook voor Schwenckfeld was het avondmaal evenals voor dezen een dank- en gedenkmaaltijd, waarmede het genieten van Jezus' vleesch en bloed niet het minste heeft uit te staan. Dit laatste doet, zoo Schwenckfeld, de Christen met den mond des geloofs. Niet het brood is het lichaam des Heeren, maar omgekeerd: het hemelsch vleesch en bloed des Heeren, dat Hij den Zijnen schenkt, is brood, het zielevoedsel: alles naar zijne bekende uitlegging van de instellingswoorden, die volgens hem in Job. 6 hare goddelijke toelichting vonden2). Ongewone zegswijzen van Schwenckfeld, zoo b.v. dat Christus door den Heiligen Geest zijn bloed heeft uitgestort, vinden wij in de „Bedijnckung" terug3);

1) 't Is in veel later tijd, dat b. v. De Zuttere in Eyn Kort bericht urn to kommen enz. (zie boven, bl. 11, 12), bl. 110 schrijft: „Dat bouxkin der Navolgung Christi isz eyn dienstlick unde nutzig bouxkiu den arbeidenden unde strydenden luyden.... Die duytsche Theologie isz daarover, die geift einen wtdruck Gotz".

2) Der I Thcil der orthodoxischen bilcher und schrifften Kaspar Schwenckfeldts, 1564, fol. 971, 972.

3) Vergelijk de Rechte Bedijnckung, quat. G, vijf en J, vjr met Schwenckfeld's Epistolur, II. Teil, 2 Band, fol. 943. Ik ontleen deze laatste aanhaling aan het artikel van den zeer deskundigen Grützmacher in Herzog's Real-Encyclopaedie"', XVIII, S. 80. Behalve I Theil der orthodoxischen bücher u. s. ut., op de Doopsgezinde bibliotheek voorhanden, heb ik niets van Schwenckfeld kunnen raadplegen; ook niet zijne oudste geschriften, op welke het hier het meest aankomt: De cursu verbi Dei etc. en Bekanntniss vom heiligen sacrament des Leibs und Bluts

Sluiten