Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sagung usz warer heiliger götlieher Schrifft" ') en de „Prophetische Gesicht" ... die ... einer gottes liebhaberin geoffenbart seind" '*) in het licht gegeven. Ook de „Auszlegung der heimlichcn Offenbarung Joannis"3) verscheen in liet voorjaar van 1530 4); maar dit werk was door Hoffman reeds vroeger opgesteld; hij bracht het naar Straatsburg mede. De „Weyssagung" en de „I'rophecey" nu zijn vol apocalyptische bijbelsche uitspraken, die in de „Ordonnantie" geheel ontbreken; terwijl op den bejaardendoop, die in deze laatste de alléén bijbelsche, de alléén aan Gods wil beantwoordende heet, in die geschriften, die van zoo kort te voren dagteekenen, geen toespeling voorkomt. Dit onderscheid vindt natuurlijk zijne verklaring hierin, dat in de maanden, die tusschen de uitgaaf van deze werkjes en die van de „Ordonnantie" verliepen, Iloffman's overgang tot de straatsburgsche Anabaptisten had plaats gevonden. Dat die overgang bij een zoo bewegelijk en voor indrukken zoo buitengewoon vatbaar man als Hoffman was, zoo plotseling, althans binnen een zoo kort tijdsverloop plaats greep, heeft niets ondenkbaars: terwijl wij bovendien, als wij hem thans op ééns en dadelijk zoo heftig vóór den bejaarden- en tegen den kin-

letsten Zeit. Von der schweren hand und straff gottes über alles gottlosz wesen. Von der zukunfft des Türckischen Thirannen, und seines gantzen anhangs u. s. w. Melchior Hoffman. 1530. Klein i°: A j—B iij v». Exemplaren zijn aanwezig in de Doopsgezinde bibliotheek te Amsterdam, de Stolbergsche te Wernigerode, te Wolfenbuttel en in het British museum.

1) Prophecey oder weissagung usz warer heiliger götlieher Schrifft .. Dise Prophecey icirt sich anfahen am end der weissagung (kiirtzlich von mir auszgangen, in ein anderen büchlin) von der Schweren Straff gotes u. s. w. Melchior Hoffman. MDXXX. Klein 4»: aj—ciiüro. Het boekje is niet verloren, zooals nog Leendertz, bl. 171, meende, en wij behoeven ons voor onze kennis daarvan niet langer te behelpen met het uittreksel, indertijd door Cornelius gemaakt en door Zur Linden op S. 425 fgg. afgedrukt. Exemplaren zijn voorhanden in de Königliehe bibliotheek te Berlijn, de Stolbergsche te Wernigerode, het British museum, de bibliotheek van het Theological Seminary te Rochester (New-York); in liedendaagsch afschrift ook in de Doopsgezinde bibliotheek te Amsterdam.

2) Ik ken dit alleen uit Zur Linden en Leendertz. Het éénig bekende exemplaar bevindt zich te Munchen.

3) Auszlegung u.s.w. Melchior Hoffman. MDXXX. Geen ander exemplaai is bekend dan hetwelk door Van Buchell aan de Utrechtsehe universiteitsbibliotheek is geschonken en zich daar nog bevindt. Daarbij zijn kleinere traktaten van Hoffman gebonden, o.a. de Verclaringe van den ... vrien wil.

4) „In het najaar" bij Hulshof, bl. 117, voor den tijd van uitgaaf der Auszlegung der Offenbarung is een drukfout. Het moet „voorjaar ' zijn.

Sluiten