Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

niet wtgedragen oft gesayet hebben, gelijck dese Hoffman ghedaen heeft, so heeft het ons goet gedocht, vluyden alleen die handelingen ouer te scriuen, dye wij met Hoffman gehadt hebben" '). Op grond van dit alles is de herdruk van „Die handelinge" hier ter plaatse zeker gerechtvaardigd. Zij is toch ongetwijfeld in ons land verbreid en gelezen. Wel kan het zijn, dat, als Polderman 26 Nov. 1533 aan den straatsburger raad schrijft, „doch sollt ihr wissen, dasz die hier gehaltene Disputation durch ganz Niederland in Druck ist ausgangen, uffdasz alle Welt mag probiren das Recht und Unrecht" 2), hij daarmede niet ons boekje bedoelt3) — daarop behoefde de raad niet eerst door hem opmerkzaam te worden gemaakt, — maar Hoffman's „Sendbrief"4) over dat dispuut. Dat moet dan echter grootspraak zijn. Het duitsch geschrift heeft hier zeker minder lezers gevonden dan de nederlandsche „Handelinge". Butzer zal wel hebben gezorgd voor de verbreiding van zijn geschrift onder dat publiek, waarvoor hij het juist had bestemd. En al mocht men, zooals Dr. Hulshof opmerkt5), onder Nederland toen ter tijde ook den Beneden-rijn hebben verstaan: eene vertaling in zoo goed Hol- j landsch kan alleen voor ons land bestemd zijn geweest. Daar toch deed Hoffman's invloed zich het meest gelden. Daar moest hij bestreden worden, als men dien invloed wilde te niet doen.

Over de straatsburgsche synode en het daarop gevoerd debat met Hoffman is door Leendertz 6), Zur Linden 7) en Hulshof3) allerlei medegedeeld, zonder dat intusschen een van hen den herdruk van „Die handelinge" overbodig maakt. En dit, ook al hadden zij

1) Die handelinge, quat. a w.

2) Afgedrukt, door Röhrich in Niedner's Zeitschrift, 1860; aldaar S. 76.

3) Zur Linden, a. w., S. 341. Zie ook S. 339, 340.

4) Eyn sendbrieff an alle gottsförchtigen liebhaber der ewigen warheyt, inn teelchem angezeyget seind die artickel des Melchior Hofmans, derhalben yhn die lerer zu Straszburg als eyn ketzer verdampt, vnd inn gefencknïlss mit trübsal, qual, spott mnd schand gekrönet uml besoldet haben

Darumb sprach die weiszheyt Gottes ,.. Luce XI. M.D.XXXIII. — Een exemplaar, het éénig bekende, komt voor in het verzamelbandje, uit Van Buchell's bezit in dat der lltreehtsche universiteitsbibliotheek overgegaan.

5) Hulshof, Geschiedenis van de Doopsgezinden te Straatsburg van 1525 tot 1557, 1905, bl. 18, aant. 4.

6) Melchior Hofmann, 1884, bl. 284 vgg.

7) A. w., S. 327 fgg. 8) A. w., bl. 139 vgg.

Sluiten