Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zich zelf Hem rekenschap te laten geven. Ieder staat en valt zijn eigen heer. Ook de apostelen hebben valsche leeraars noch kwaaddoeners uit de stad gebannen, laat staan gedood '); hun meester Christus Jezus had hen geleerd beiden „tho den arne tho laten wassen; och offte nu de predicanten ock also deden, so solden se nicht alle vnschuldich bloet vp sick laden"?). Tal van doctoren, in Seb. Franck's „Kroniek" genoemd, lecren dat men geene ketters dooden zal. „Godt hefft Auericheit geset tho fundamenten offte grundtuesten der Erden, ... nicht des Hemmels. O neen, den Hemmel wil he suluen regeren, he is de Here van den Ilemmel. Auer hemmelsche saken hefft he ock nemandt geset tho richten, anders dan synen Sone Jesum Christum... Desse gewalt in den hemmel heft he nemant mehr gegeuen... Godt is ein geist. Ilyrumme richtet he geistlike saken, de ock geistlick moeten gerichtet werden. He vndersoecht herten vnde nieren. He is ock allene ein kenner der herten aller menschenkinder...3). Die geestelijke, hemelsche dingen berecht God zelf door Zijne dienaars en dan alleen door Zijn woord4). De vorsten mogen gewaarschuwd zijn, ook als zij (zeker bij de verbeurdverklaring van goed van gevonniste ketters) tegen de vermaningen der oude profeten in akker aan akker trekken en de huizen der inwoners opeten 5). Zij mogen niet straffen om vermoedens, alleen om bewezen misdaden; evenmin iemand vonnissen om 'tgeen elders (Munster!) mag zijn misdreven, maar waaraan hij zelf onschuldig is 6). Aan bet slot vraagt Pastor een mondgesprek met de geleerden; is dit afgeloopen, dan moge men doen als in den tijd der apostelen, het aan de toehoorders overlaten de overwonnenen te vervolgen, maar zóó dat de overheid zich daarvan onthoudt7). ,¥o my ein mensche ... mit Bibclsche schrifft vorwinnen konde, ick wolde van herten gerne afstaen vnde entfangen myne bescheminge darvor (n.1. „dat ik in yenigen artickel dos gelouens ... noch feilde"). Auerst myn conscientie offte geweten moste ersten auergetughet werden mit schrifften, de vor Godt geit" 8). Met de bede, dat God „rnynen G(enadige). H(eeren). ein

1) Vnderscheit, quat. A v r. 21 Aid., quat. A v ».

3) Aid., quat. A vij r. 4) Aid., quat. A vij v.

5) Aid., quat. A viij r. 6) Aid., quat. A vij ' en v.

7) Aid., quat. Bjr. 8) Aid., quat. A viij Bjf.

Sluiten