Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lij ' Lij '

Abel

De doechteren syn yn de Offeringe vpgenamen ').

Adam. //

Dat?) ys so nicht, wenthe de besnedenen Soenen weren so wal geoffert, als de doechteren, Leuit. xij. Ynde so dat recht were, so weren se nochtans lxvj. dagen buten gewest, vnde darumme vele buten gestoruen.

Abel.

Ydt is nicht noedich, dat men alles nha malkanderen do, als de worde na malkanderen stan, wente ick kan bewysen, dat dit altyt so nicht geacheen kan. Wenthe Christus secht. Betert yuw, vnde geloeuet dem Euangelio, Marei j. Wenthe men kan sick nicht beteren, offte Penitentie doen, sunder gelouen.

Adam.

Dat is war, dat men gene Penitentie doen kan sunder gelouen. Auerst gy koennen ock nicht recht warhafftich geloeuen, sunder Penitentia, offte berow vnde beteninge. Darumme kan hirvan, dat eine nicht allene gescheen, gelick als gy de Doepe allene gebruken willen, vnde delen de Leer vnde den gelouen dar aff.

Abel.

Solde men allene vp den warhafftigen gelouen doepen, so wistemen nicht welckeren men doepen solde. Wente men ys nicht gewisse, we gelouen hefft edder nicht, vnd de gheloue de vth dat gehoer kumpt, ys nicht genoch, als ein vulkamen geloue, sunder vth dat gehoer, kumpt de dode geloue // Roman. x. Jaco. ij. j. Co-

en van alle jongetjes vóór den achtsten dag; dus ook van Johannes denDooperen van Christus Jezus zeiven vóór dien dag, waarop zij zijn besneden. Maar dan zijn onze (ongedoopte) kinderen er alleen niet beter aan toe dan die allen, gelijk lij immers ook inderdaad niet beter zijn dan die en geen aanspraak hebben op voorrechten boven genen.

1) D. i.: wat gij daar van de dochters zegt, gaat niet op: want deze zijn opgenomen in den zegen, die uit de offerande voortvloeit, welke ook voor haar bij de reinigingsplechtigheid van de genezen moeder wordt gebracht.

2) D. i.: Gij dwaalt. Dat offer, dat dan volgens u voor de meisjes het gemis van de besnijdenis vergoeden zal, is in 't geheel niet zulk eene vergoeding. Immers er wordt even goed voor de jongetjes geofferd als voor de meisjes; dat offer vervangt dus de besnijdenis niet. Maar ook al dwaaldet gij hierin niet, dan blijft nogtegen uwe redeneering, als werd een kind alleen door de besnijdenis (of bij de meisjes door dat offer, bij kinderen van ons Christenen door den doop) zalig, dit bezwaar gelden, dat na de geboorte van een meisje de moeder 66 dagen met dat offeren moest wachten: in dien tijd liepen vele van die pasgeborenen gevaar van „buiten", d.i. buiten Gods verbond en genade, te sterven. — Pastor had hier én om het logisch verband in de redeneering én om den aangehaalden tekst, Levit. 17 : 6, moeten schrijven, niet: „de besnedenen Soenen werden ... geoffert enz.'*; maar: „voor de besnedene Soenen werd ... geoffert enz.".

Sluiten