Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nuchterheid, waarmede doop en broodbreking (avondmaal) als geboden van Christus met louter vrome, stichtelijke strekking worden behandeld, zonder overwaardeering van iets ceremonieels, laat staan van iets dogmatisch. Trouwens Sattler zelf oordeelde reeds vroeger zeer mild over den kinderdoop l). Eindelijk is er ééne plaats, maar ook slechts ééne, waarin een dogmatische term voorkomt en van „den eenwesentlicken warachtigen Godes heylandes Jesu Cristi" wordt gesproken2); en mag niet onvermeld blijven, welk oordeel over het kwaad bij de gedoopten, bij Gods kinderen, wordt geveld in de woorden: „die haar toch wat ontgaen ende vallen in eenen val ende sonde ende onwetentlick verrast werden". Het zal dan ook wel letterlijk bedoeld zijn: „de genade haers Geests behoude v onbevlect sonder sonde ... op dat ghy int ghetal der beroepenen gheuonden werdet." „Hebt gy bekent onrecht gehandelt te hebben, dat is v vergeuen door dat gheloouich gebet ... onder ons inder vergaderinghe" 3).

In deze zeven artikelen hebben de oudsten van Schlatt am Randen, zij voor het eerst, datgene geformuleerd, waarin die vrome kringen gevoelden dat hunne tegenstelling tegen de Christenheid om hen heen het scherpst uitkwam; te gelijk datgeen wat hun het diepst in het hart lag als hun van God gegeven roeping en hun duidelijk geworden eischen van Christus. En met dit zóó kort, zóó helder, op zóó gemakkelijk te onthouden wijze te doen hebben zij aan de Anabaptisten van toen en van later een dienst bewezen, waarvoor deze bun niet dankbaar genoeg konden zijn. Zij hebben zeker in allen eenvoud des harten en geenszins met idealen van wereldverovering of dergelijke verricht wat zij deden. Geen ander doel dreef hen dan dit, hunne gemeente te doen beantwoorden aan Gods wil met haar. Eigenlijk hebben zij het in het geheel niet over „idealen", maar stellen zij regelen vast, voorschriften en verboden, als men wil, omtrent 'tgeen die gemeente reeds nu in het heden vermocht te doen en na te laten. Zij hebben daarmede een goed werk gedaan voor eene toekomst, waaraan waarschijnlijk door hen zeiven niet is gedacht. Zij brachten zoo vastheid en bepaaldheid in de geestesstrooming, in welke

1) Zie Getrewe Warming der Precliger ... zu Straszburg uber die Artickel, so Jacob Kantz u.s.w. MDxxvjj, (voorhanden in de Doopsgezinde bibliotheek) quat. C iij 2) Broederlicke vereeninge, quat. E jr.

3) Aid., quat. A vj »; E j»; Ciij r.

V. 38

Sluiten