Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de evangelische wet eene wet des harten is, gelijk de Mozaïsche wet eene wet der werken .... Als de kerkelijke overheid iemand iets oplegt in dingen, waarin hij haar niet onderworpen is, bijv. als zij tracht te heerschen over de inwendige richting van den wil, behoeft de eene mensch den ander niet te gehoorzamen. Wat zijne inwendige richting aangaat, kan de wil nooit geboeid worden door de kluisters der slavernij, gelijk Seneca zegt: wie meent dat de slavernij den geheelen mensch beheerscht, dwaalt, want zijn beste deel is er van uitgezonderd. Het lichaam behoort den meester, maar de ziel heeft zelfstandige rechten. Hoort naar Jeremia, hoofdst. XXXI, en naar de vertaling der Zeventig daarvan: Zie er komen dagen, spreekt de Heer, dat ik voor het huis van Israël en voor het huis van Juda een nieuw verbond zal totstandbrengen, niet naar het verbond dat ik voor hunne vaderen gemaakt heb .... Want dit is het verbond, hetwelk ik na die dagen den huize Israëls beschikken zal: Ik geef mijne wetten in hun verstand en zal die schrijven in hunne harten"1). Uitmuntend is het betoog dat de ware gerechtigheid bestaat in afwezigheid van begeerlijkheid, in liefde en geloof, of „in het liefhebben van God met het geheele hart, de geheele ziel, en de geheele kracht" 2). Ware werken der gerechtigheid kunnen niet uit vrees voor straf gedaan worden. „Als de H. Geest in onze harten de wet der liefde grift, vernieuwt hij den inwendigen mensch, en rekent hij ons de gerechtigheid toe, die door onze schuld was uitgewischt. Na de uitdelging der schuld waaraan de mensch als een slaaf gebonden was, wordt hij hersteld in de vrijheid der kinderen Gods, daar de wet der liefde, in zijnen boezem gegrift, eene wet der vrijheid is, onbestaanbaar met dwang of verplichting. Wie dus onder de evangelische wet werken der gerechtigheid doet uit vrees voor straf en niet uit liefde tot de gerechtigheid, doet niet de werken die God behagen. De vrees die den mensch noopt zekere daden in strijd met eigen lust te verrichten, terwijl hij liever anders zou handelen als hij het ongestraft mocht doen, maakt een goed werk niet tot een werk Gods, want God is liefde, en wat niet uit liefde voortkomt, kan Gode niet welgevallig zijn"3). Niet aanstonds is

1) De libertate christiana, quat. F, fol. iiij '; hierachter, blz. 232 vlg.

2) Ibidem, quat. c, fol. iiij", seq.; hierachter, blz. 54.

3) Ibidem, quat. F, fol. iijj *, seq.; hierachter, blz. 234.

Sluiten