Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij van de regeering hadden te verduren, evenmin onderdrukt als tot de volkskerk bekeerd.

Niets natuurlijker dan dat thans dit werk de aandacht trok ook in het noorden. In Nederland vonden de geschriften van Bullinger toch reeds meer aftrek dan ergens elders: zoo had volgens een brief*), dien hij in 1566 aan een zijner vrienden schreef, de uitgever hem zelf al twintig jaren geleden eens verteld. Maar vooral dit geschrift van zijne hand moest om het onderwerp, waarover het handelde, hier te lande lezers vinden. De Doopsgezinden maakten er immers een nog vrij wat aanzienlijker deel uit van het hervormingsgezinde volk dan in Zurich het geval was. Zij hielden ook hier velen af van de gereformeerde kerken, die juist begonnen gevormd te worden, gelijk in Oostfriesland van de daar gevestigde, in de eene plaats zwingliaansche, elders luthersch gekleurde landskerk. Die „groote menichte van YVederdooperen in dese Nederlanden ziinde" bewoog — zie de opdracht, Fol. f ij b — den te Emden gevestigden Jehan Malet, „de ouersettinge van dien in onse ghemeyne Nederlantsche sprake tot mijnen groote costen by eenen Dienaer der Gemeynte te doen doen": t. a. p. en Fol. f ij c. De „dienaar", dien hij voor die taak vond, was Gerardus Nicolai, predikant te Norden. Den titel van het vertaalde werk vindt men hierachter op bl. 291 afgedrukt. Maar Nicolai deed meer dan alleen vertalen. Heeft Bullinger uit den aard der zaak zich vooral beperkt tot de zwitsersche en zuidduitsche „Wederdoopers", tegen wie hij en zijne kerk zich hadden te verdedigen, en naast welke hij alleen nog enkele gebeurtenissen elders behandelde, die zooals de munstersche overal opzien hadden gewekt: Nicolai houdt even natuurlijk het oog meer gevestigd op de Anabaptisten in het noorden. Met deze, de eigenlijke Doopsgezinden of Mennisten, de Davidjoristen, het „Huis der liefde" van Hendrik Niclaes, kwam hij in zijn vaderland en aangrenzende gewesten het meest in aanraking. Nu moet het hem wel duidelijk zijn geworden, hoe deze, al gingen zij onder dezelfde benaming „Wederdoopers" door als de partij te Zurich, die door Bullinger werd bestreden, toch in menig opzicht van haar verschilden. En omdat het hem er om te doen was het nederlandsch sprekend en dus in de Nederlanden

1) Aangehaalil bij Sepp, Verboden Lectuur, 1889, bl. 27, 28.

Sluiten