Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenmale de noodige verwijzingen in de aanteekeningen heb medegedeeld. Hetzelfde te doen ten opzichte van de aangehaalde traktaten van David Joris moet ik overlaten aan hem, die vroeg of laat Nippold's onderzoek weer zal opnemen. Intusschen vindt men in hst Register, achter dit deel van de „Bibliotheca" geplaatst, (niet alleen van Menno, maar ook) van David Joris ieder geschrift afzonderlijk opgenomen, van hetwelk door Nicolai gewag wordt gemaakt.

Wat ik hier met betrekking tot David Joris schrijf, geldt ook met het oog op Hendrik Niclaes. Uit diens geschriften haalt Nicolai eveneens talrijke plaatsen aan, diens richting had hij dus ook blijkbaar onder de oostfriesche Doopsgezinden veelvuldig ontmoet. Trouwens, Hendrik heeft kort na 1540 een tijd lang te Emden gewoond. De tot heden toe met recht gezag hebbende arbeid over hem is weder eene uitvoerige verhandeling van Nippold in dezelfde „Zeitschrift für die historische Theologie", waarin de latere jenenser kerkhistoricus de vruchten van zijn onderzoek naar David Joris heeft neergelegd. Men vindt wat hij over Hendrik Niclaes bood aldaar in den jaargang 1862, S. 323 tot 402 en S. 473 tot 563. Daarin schrijft hij intusschen op bl. 537 aan Bullinger toe wat tot de inlasschingen van Nicolai's hand behoort. Bullinger zal, zie boven bl. 274 vg., Hendrik Niclaes' naam wel niet eens hebben gekend. Yoorts verdient over dezen laatste geraadpleegd te worden het artikel „Nicholas, Henry" van Miss C. Feil Smith in de „Dictionary of National Biography", Vol. XI, 1894; p. 427—431. Hendrik is geheel en al een copie van David Joris. Hij stond met dezen ook in briefwisseling '). De volkomenheid, de onzondigheid is met zijn Huis der liefde — „the family of love" heet het bij de engelsche aanhangers — op aarde verschenen. God heeft door Hendriks hart en geest deze voltooiing van Zijne vroegere onvolkomen bedeelingen, die van de profeten, van Christus, van de kerk, in het leven geroepen. Al dat voorafgaande, leeringen en sakramenten, heeft nu afgedaan: dat is kinderwerk, de letter, die thans ydel is, dood. Welke praktijken men voor de wereld in acht neemt, doet bij den geloovige niets ter zake. Op het hart, op den innerlijken zin komt het uitsluitend aan. Hij kan zich dan ook veilig

1) Nippold, S. 364, aant. 131.

Sluiten