Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[Fol. 117 c.] Nu hebben Menno S. Lenaert B. ende Dierick P. desen steen omgestooten.

Alsdan was het ontrouwe lick, maer nu is het trouwelijck onder hen ghedaen.

[Fol. 117 d. Leuit 19. 31.

Hierop (seyt hy) staet getrouwe Broeders die vaste grondt Gods, als eenen onbewegelicken steen ofte berch, aen denwelcken sy hen alle haest sullen wonden ende wee doen, die denseluen soecken omme te stooten, ende als niet inden windt slaen: namelick, als dat wy deghene die afgeuallen zijn, indien sy alle de broederlicke diensten ende vermaninghen met getrouwer herten aen hen gedaen, versmaden, na ') de leeringhe Christi ende den aert der reyner liefden met hen gehandelt, euenwel in hare dwalinge hardtneckich volherden, sullen schouwen ende mijden, ghelijck de Joden de Heydenen ende openbare Sondaren in den tijden Christi.

Noch in zijn alder eerste Banboecxken2), gedruct Anno 1541. Ut. A. 5. ende 6. daer hy claerlick aldus seyt.

Derhaluen siet wel toe, ist dat ghy uwen Broeder siet sondighen, so en wilt hem niet voorbygaen, als degene die op zijn Ziele niet en acht, maer ist dat zijnen val geneselick is, so heft hem op van stonden aen door lieuelicke vermaninghe ende broederlicke onderrichtinghe, aleer dat ghy eet, drinckt, slaept oft yet anders doet, als deghene die zijn salicheit soeckt, ende met ernste beminnet: op dat uwen armen verdoolden Broeder in zijnen val niet en veroudere ende verderue, ende also in zijn sonden niet en vergae. En ■ doet niet meer so ontrouwelijck als ghy tot noch toe ghedaen hebt, als dat ghy die overtredinghe van uwen geuallen Broeder ende Suster noch niet vermaent zijnde, tot yemandt binnen die Gemeynte oft buyten die Gemeynte draecht, maer soect veel meer met bidden tot God, met tranen, met woorden ende wercken om hem te bekeeren van den wech zijnder dwalinghe, om salich te maken zijn Ziele, ende also te decken die menichfuldicheyt zijner sonden. ] "Wacht // v mijn Broeders, wacht v, dat ghy gheenen faemroouer onder v toe en laet, ghelijck Moyses leert, Leui. 19. Cap. etc.

Voorder seyt Menno daerna A. vij. Ist dat hy de vermaninge zijner getrouwer Broederen lieuelick ontfangt, ende hy bekent zijnen val, hy suchtet, hy beloeft beteringhe zijns leuens, hy bewijst wercken ende vruchten des berous (hy hebbe dan hier voormaels geuallen, hoe hy ooc gheuallen heeft) ontfangt hem als eenen

1) In de nu volgende woorden is iets in de war.

2) Bedoeld is Een Lieffelijcke Vermaninge ... Int Iaer onses Heeren duysent vijfhondert en xli". Intusschen moet dit boekje na 1556 gedrukt zijn ; ik noem het in deze en volgende aanteekeningen „de uitgaaf van 1576''; maar zie over al deze jaartallen vooral aant. 1 op Fol. 118 d hierna. Nicolai haalt het in den tekst aan uit eene oudere uitgaaf, 't Blijkt uit de woorden, die hier en daar eenigszins anders luiden en uit de vermelding „B ij" op den rand van l ol. 118 b. terwijl de woorden, waarbij dit „B ü" behoort, in den druk van 1576 op quat. Bj' staan.

Sluiten