Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat hij nog in den kerker zat, toen Henricus Vos en Joannes van den Esschen werden terechtgesteld. De overige zeven Augustijners waren nog te Vilvoorde den 29sten Mei 1523 *), maar zijn toen vermoedelijk losgelaten.

Tegen den achtergrond dezer nauw met elkander samenhangende gebeurtenissen, die weinig afwijken van hetgeen bij andere kettervervolgingen plaats greep, steekt de geschiedenis van het martelaarschap der twee genoemde mannen op schitterende wijze af. De kettermeesters die in hun proces te Brussel zijn opgetreden waren: ten eerste de hoofdinquisiteur Franciscus van der Hulst, eerst vanwege den Keizer, naderhand ook vanwege paus Adriaan VI met het inquisiteurschap belast; Jakob van Hoogstraten; vier Leuvensche professoren: de Karmeliet Nikolaas van Egmond2); Jakobus Lathomus 3), Godschalk Rosemont4) en Rieuwert Tapper 5), de laatste twee nog zeer jeugdige personen; en Joannes Pascha, prior van de Karmelieten te Mechelen 6). De tragische afloop is in de gedenkstukken die hierachter herdrukt zullen worden op zóó welsprekende wijze beschreven, dat het overbodig mag geacht worden er hier eene schets van te geven. De leeringen, die zij in de gehouden verhooren verdedigden, en waaruit volgens de inquisiteurs hunne schuld moest blijken, zijn bekend. Zij werden nl. door dezen op schrift gebracht in eene lange lijst van 62 artikelen. Eene kopie van die schriftelijke opteekening moet, langs welken weg dan ook, in handen gekomen zijn van een Hervormingsgezinde, die ze heeft

1) Zie de uittreksels uit rekeningen bij Paul Fredericq, Corpus, Dl. IV N" 95 118, 119, p. 136, 173—176. '

2) In de Bibl. ref. neerl. herhaaldelijk genoemd. Zie de registers van Dl 1 III en VI.

3) Zie over hem Bibl. ref. neerl., Dl. III, blz. 9-195, inzonderheid blz. 19-24.

4) Verg. mijne Geschiedenis der boete en biecht, 's-Gravenh. 1908, Dl. II, blz. 311—316.

5) Bibl. ref. neerl., Dl. I, blz. 567-636; mijne uitgave der Colloquia obscurorum theologorum, grassantium nunc per Brabantiam, met inleiding in : Uit den Hervormingstijd, historische opstellen van het gezelschap S.S.S., 's-Gravenh. 1906 blz 125—177.

, 6J 0ver hem wordt gehandeld: Ned. archief voor kerkgeschiedenis, Nieuwe Serie s-Gravenh. 1907, Dl. IV, blz. 347 v.; Dl. Vil (1910), blz. 407; Kneller, Geschicht'e der Kreuzuegandacht, Freib. i. Br., 1908 ; J. C. van der Loos, Geschiedenis van de H.-kruisweg devotie, in De Katholiek, Deel 138, blz. 25 vv., 139 vv.

Sluiten