Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgaven van 1566 ') en later 2) daarenboven eenige bijzonderheden aangaande Fabritius' levensgeschiedenis, die in de „Historie ende ghesciedenisse" ontbreken. In de derde plaats kan eene nog heel wat belangrijker bron worden genoemd: eene verzameling van procesakten en andere officieele bescheiden, betrekking hebbende op Fabritius' verhooren, zijne veroordeeling, zijne terechtstelling, en hetgeen er op gevolgd is. Bedoelde verzameling werd aan het licht gebracht en in druk uitgegeven door P. Génard 3).

Onze martelaar draagt verschillende namen. In het Nederlandsch heet hij: Christoffel Marissael4) of Smit5), ook wel: de Smet; in het Latijn: Christophorus (of Christianus) Fabritius6), ook wel: Faber 7). Omtrent zijne levensgeschiedenis, voorzoover die voorafgaat aan zijn martelaarschap, lezen wij het volgende: Hij was geboren te Brugge in Vlaanderen, en werd monnik in het klooster der Karmelieten aldaar. Toen hij tot een ander inzicht gekomen was, heeft hij het pausdom voorgoed vaarwelgezegd. Hij legde zich nu toe op eenen vromen levenswandel, daar hij vroeger zeer had toegegeven aan vleeschelijke lusten. Om toe te nemen in de kennis der II. Schrift en gesterkt te worden in alle godsvrucht, heeft hij zich aangesloten bij de Christelijke (versta: de Gereformeerde) kerk in Vlaanderen er omgang gezocht met de predikanten, om met hen over allerlei onderwerpen van godsdienstigen aard te handelen. Intusschen heeft hij destijds eenige malen gepredikt, met goedvinden en op verlangen van de predikanten, daar zij zijne gaven op de proef wenschten te stellen. Daarna is hij in het huwelijk getreden. Van dag tot dag meer versterkt in zijne overtuiging, heeft hij de dwalingen en het schandelijke leven der aanhangers van het pausdom, waar het pas gaf, moedig bestreden.

1) C. Sepp, De geschiedenis der Martelaren door Adriaan Corn. van Haemstede, in zijne Geschiedkundige nasporingen, Dl. II, blz. 121.

2) In de uitgave: Historiën oft gheschiedenissen der vromer Martelaren, Dordrecht, 1579, op blz. 461 v.

3) Antwerpsch archievenblad, uitgeg. door P. Génard, Antw. z. j., Dl. IX, blz. 1611—273, 283 vv.

4) Historie ende ghesciedenisse, quat. B, bi. 6 v, fol. 8 (hierachter, blz. 299, 307); [Van Haemstedej, Historiën der Martelaren, 1579, blz. 461.

5) [Van Haemstede], Historiën der Martelaren, 1T>79, blz. 4<>1.

0) Behalve in de genoemde bronnen, in de proces-akten, Antwerpsch archievenblad, Dl. IX, blz. 169, 176.

7) Historie ende ghesciedenisse, fol. 4 ; hierachter, blz. 304.

Sluiten