Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoorden]; „Eenuoldeghe verclaringe vanden Sacramente des Nachtmaels" (van M. Mikron), 216— 246; 274', 308, 313—315, 347 V. [in de „Hist. ende ghescied. Chr. Fabritij ende O. Bockij"]; ingeven van vergift bij het avondmaal, 412, 515; opvatting in „Le bovclier de la foy" (480) en in „Le baston de la foy" (483); brief van G. de Bres aan de gemeente te Valenciennes, 507—561; leer van Oecolampadius en Karlstadt, 594, 596.

B.

B a c k e r e , P. d e (of P. Pistoris). 183, 185 ', 211

Bakker, J. de. In 1525 te 's-Gravenhage ter dood veroordeeld, 144.

Bardelots, A. 642 643.

Bauwens, L. 487.

Beda venerabilis. 482, 532.

Beeldenstorm. 257, 493 v.; 474, 622 [te Valenciennes].

Beeldenvereering. Onvoorwaardelijk afgekeurd, 471. — Zie ook Heiligen.

Beichle fur Gott (van W. van Zwolle). Zie Biecht.

Bekentnis des Ghristlichen glaubens (van W. van Zwolle). Zie Geloof.

B e n n o , bisschop. 5.

Beraldus, F. Zie Berauld.

B e r a n 1 d , F. (of F. Beraldns), hoogleeraar te Lausanne. 469, 471.

Berengarius van Tours. 544, 559.

Bernard van Clairveaux.

482, 536.

Bevelschrift. Te Antwerpen 5 October 1564 uitgevaardigd, 402.

B e z a, Th., hoogleeraar te Lausanne. 348, 469, 471, 472.

Bidden. Het bidden in het Latyn en het tellen der gebeden, 479; gebeden voor afgestorvenen: twijfel

aan hunne uitwerking, 28 ; 42,105 v. [n°. 45]; verdediging er van, 479.

Biecht. 28, 29; 40, 41, 80-82, 91 v., 95 [n°. 13-15, 27, 33]; W. van Zwolle's opvatting, 170; diens „Beichte fur Gott", 145, 174 v.; oorbiecht, 326.

Bisdommen (nieuwe). Ingesteld door Filips II, 279, 408.

B o c k i u s, O., hoogleeraar te Heidelberg. 263 v., 267 v., 281, 301, 303—311 (passim), 411—415 (verhaal van zyne vrijlating), 425.

Boete. 27; 41, 92 [n°. 28],

Bouc, E. le, martelaar te Valenciennes. 642.

Br-aeker, H. de, drukker te Wesel. 122.

Brederode, H. van, heer van Vianen. 275.

Bres, Chr. de, broeder van Guido. 465.

Bres, G. de. Literatuur, 464 1; persoonlijkheid, 463; persoonsbeschrijving, 464 5; spelling van den naam, 464 2; afkomst, 464, 496; zijne moeder, 463, 629, 633 [haar gebed], 464 v., 628—636 (brief aan haar); familieleden, 464 v., 628 („ma bonne sceur"), 636 („mesfreres"); hij gaat omstreeks 1547 tot de Hervorming over, 465, 630; theologische vorming, 465—472 (passim), 497 ; verblijf in Engeland, 465—467 (passim); terugkeer naar Nederland, 468 (vergel. 496); verblijf te Frankfort aan den Main en te Lausanne, 468—472; werkzaamheid te Gent (467), te Doornik (huiszoeking aldaar, 469 ', 472) en te Rijssel en Valenciennes [467 v., 472, 496]; huwelijk, 472; zijne vrouw, 472, 624 — 628 (brief aan haar), 636; zijne kinderen, 472,624, 627 v., 636; werkzaamheid in Frankrijk, 467 v., 496 [te Dieppe, Mondidier en Amiens], 468, 472, 496 [te Se-

Sluiten